Lampenpoetsersgras (Pennisetum alopecuroides) vormt een dichte pol van smalle, boogvormig overhangende bladeren. De plant wordt doorgaans 60 tot 100 cm hoog, waarbij de bloeiaren boven het blad uitsteken.
Vanaf augustus verschijnen cilindrische, borstelachtige aren. Ze zijn aanvankelijk licht van kleur en verkleuren tijdens de herfst geleidelijk naar bruin. Het blad en de aren sterven bovengronds af, maar kunnen gedurende de winter blijven staan. Zo behoudt de pol zijn structuur.
Een zonnige, warme standplaats geeft de beste bloei. Lichte halfschaduw wordt verdragen, maar kan het aantal aren beperken. De bodem moet voldoende doorlatend zijn; langdurig natte grond, vooral tijdens de winter, verhoogt de kans op uitval.
Laat het afgestorven blad gedurende de winter staan en knip de volledige pol in maart terug voordat de nieuwe groei begint. Lampenpoetsersgras kan afzonderlijk of in groepen worden gebruikt in een border.
Bestellen