- Alle producten
- Sierplanten
- Meerjarige vaste planten
- Siergrassen
- PENNISETUM ALOPECUROIDES
- Siergrassen
Lampenpoetsersgras (Pennisetum alopecuroides) vormt een dichte pol van smalle, boogvormig overhangende bladeren. De plant wordt doorgaans 60 tot 100 cm hoog, waarbij de bloeiaren boven het blad uitsteken.
Vanaf augustus verschijnen cilindrische, borstelachtige aren. Ze zijn aanvankelijk licht van kleur en verkleuren tijdens de herfst geleidelijk naar bruin. Het blad en de aren sterven bovengronds af, maar kunnen gedurende de winter blijven staan. Zo behoudt de pol zijn structuur.
Een zonnige, warme standplaats geeft de beste bloei. Lichte halfschaduw wordt verdragen, maar kan het aantal aren beperken. De bodem moet voldoende doorlatend zijn; langdurig natte grond, vooral tijdens de winter, verhoogt de kans op uitval.
Laat het afgestorven blad gedurende de winter staan en knip de volledige pol in maart terug voordat de nieuwe groei begint. Lampenpoetsersgras kan afzonderlijk of in groepen worden gebruikt in een border.
Pennisetum alopecuroides bereikt doorgaans een hoogte van ongeveer 60 tot 100 cm, inclusief de bloeiaren. De bladeren groeien vanuit een dichte pol en buigen naar buiten, waardoor de plant ook in de breedte ruimte inneemt. De uiteindelijke afmetingen hangen af van de bodem, hoeveelheid licht en beschikbare groeiruimte. Op een warme, zonnige plaats met voldoende vocht tijdens het groeiseizoen ontwikkelt de plant gewoonlijk de volste pollen.
Lampenpoetsersgras kan in lichte halfschaduw groeien, maar bloeit doorgaans rijker op een zonnige en warme standplaats. Bij te weinig licht blijft de pol vaak losser en kunnen minder bloeiaren verschijnen. Kies daarom bij voorkeur een plaats met meerdere uren directe zon per dag. Een goed doorlatende bodem blijft belangrijk, ongeacht de hoeveelheid licht.
Weinig bloei kan het gevolg zijn van een te schaduwrijke of koele standplaats. Ook een jonge, pas aangeplante pol heeft soms tijd nodig om zich voldoende te ontwikkelen. Zorg voor een zonnige plek en vermijd grond die langdurig nat blijft. Knip de plant niet tijdens het groeiseizoen terug, omdat daarbij de zich ontwikkelende bloeistengels kunnen verdwijnen.
Snoei lampenpoetsersgras in maart, vóór het nieuwe blad begint uit te lopen. Knip de verdroogde bladeren en oude bloeiaren terug tot ongeveer 10 à 15 cm boven de grond. Laat de pol tijdens de winter intact. Het afgestorven blad beschermt het hart van de plant enigszins en voorkomt dat de tuin tijdens de winter volledig kaal oogt.
Op een beschutte plaats met een goed doorlatende bodem kan Pennisetum alopecuroides doorgaans buiten overwinteren in België. Vooral langdurig natte wintergrond vormt een risico. Vermijd daarom laaggelegen plaatsen waar water blijft staan en laat het afgestorven blad tot het voorjaar rond de pol staan. Jonge planten zijn tijdens hun eerste winter kwetsbaarder dan goed ingewortelde exemplaren.