De gekroesde mannetjesvaren (Dryopteris filix-mas 'Crispa') onderscheidt zich door zijn compacte groei en dicht gekroesde bladranden. De glanzende, midden- tot donkergroene bladveren groeien vrij rechtop en vormen een stevige pol. Met een hoogte van ongeveer een halve meter blijft deze cultivar duidelijk compacter dan de gewone mannetjesvaren.
'Crispa' groeit goed in halfschaduw en schaduw, bijvoorbeeld onder bladverliezende bomen of tussen heesters. Een koele, humusrijke bodem die voldoende vocht vasthoudt maar niet langdurig drassig blijft, geeft de beste ontwikkeling. Eenmaal gevestigd verdraagt de varen ook tijdelijk drogere schaduw, al blijft water geven aangewezen tijdens langdurige droogte.
Het blad is halfwintergroen. Tijdens zachte Belgische winters blijft een deel van de bladveren behouden; bij strengere vorst of veel winterweer kan het loof grotendeels afsterven. Beschadigde en verdroogde bladveren kunnen aan het einde van de winter worden verwijderd voordat de nieuwe groei verschijnt.
Bestellen