Dryopteris affinis 'Crispa' onderscheidt zich door zijn gekroesde blad en compacte, regelmatig opgaande groei. De frisgroene bladeren vormen een dichte pol van doorgaans 30 tot 50 cm hoog. Deze cultivar blijft daarmee kleiner dan veel andere vormen van de geschubde mannetjesvaren.
Het blad is halfwintergroen. Tijdens zachte winters blijft een deel ervan behouden, terwijl vorst of gure wind meer bladschade kan veroorzaken. Nieuwe bladeren rollen zich in het voorjaar vanuit het hart van de plant uit.
'Crispa' groeit het best in halfschaduw of schaduw, op een humusrijke bodem die vochthoudend maar voldoende doorlatend is. Langdurig droge grond remt de bladontwikkeling. De compacte groei maakt deze varen bruikbaar voor de voorgrond van een schaduwborder, als onderbeplanting bij heesters of in een beschaduwde pot.
Verwijder dor en beschadigd blad aan het einde van de winter, voordat de nieuwe bladeren verschijnen. Verder vraagt deze varen weinig onderhoud wanneer de bodem voldoende humus en vocht bevat.
Bestellen