Stekelnootje (Acaena inermis 'Purpurea') onderscheidt zich door zijn zeer lage, tapijtvormende groei en roodbruine tot paarsbruine bladeren. Het fijn ingesneden loof vormt een dicht geheel van ongeveer 10 cm hoog. In een zachte winter blijft een groot deel van het blad behouden; strengere vorst kan tijdelijk bladverlies of verkleuring veroorzaken.
In de zomer verschijnen kleine, weinig opvallende bloemen. Daarna kunnen roodbruine vruchtjes ontstaan. De voornaamste sierwaarde ligt echter bij het gekleurde blad en de gesloten bodembedekkende groei.
Standplaats en bodem
Acaena inermis 'Purpurea' groeit in zon tot halfschaduw. Op een zonnige plaats ontwikkelt het blad doorgaans de krachtigste roodbruine kleur. De bodem moet vooral goed doorlatend zijn. Een redelijk droge grond wordt verdragen, terwijl langdurig natte wintergrond minder geschikt is.
Door zijn beperkte hoogte past deze cultivar vooraan in een border, in een rotstuin en tussen lage vaste planten. Houd bij de aanplant rekening met de kruipende groei, zodat de plant voldoende ruimte krijgt om een gesloten mat te vormen.
Bestellen