- Tous les produits
- Sierplanten
- Sierstruiken
- Bladhoudend
- ABELIA GRANDIFLORA 'FRANCIS MASON'
- Bladhoudend
Geelbont blad en een lange zomerbloei
Abelia × grandiflora 'Francis Mason' onderscheidt zich door zijn geelgroene tot goudgele, bont getekende blad. De struik groeit compact en breed uit en bereikt in de tuin doorgaans een hoogte van ongeveer 1 tot 1,5 meter. In het najaar kan het blad bronsgele, oranje en roodachtige tinten aannemen.
Van juli tot september verschijnen kleine, zachtroze buisbloemen. Ze zijn licht geurend en worden bezocht door bijen en andere bestuivende insecten. De bloei kan bij zacht najaarsweer langer doorgaan.
Standplaats en winterhardheid
'Francis Mason' groeit het best in de zon of lichte halfschaduw. Kies een beschutte plaats met humusrijke, goed doorlatende grond. Vooral natte grond tijdens de winter moet worden vermeden, omdat dit de wortels gevoeliger maakt voor vorstschade.
Deze cultivar is halfwintergroen. Tijdens zachte winters blijft een aanzienlijk deel van het blad behouden, terwijl de struik bij strengere vorst meer blad kan verliezen. Ook jonge scheuten kunnen invriezen. Verwijder beschadigde takdelen pas in het voorjaar, wanneer duidelijk zichtbaar is waar de plant opnieuw uitloopt.
'Francis Mason' is matig winterhard en groeit in België het betrouwbaarst op een beschutte plaats. Een warme muur, haag of andere beplanting kan bescherming bieden tegen koude, uitdrogende wind. Goed doorlatende grond is minstens even belangrijk: natte wintergrond verhoogt de kans op wortel- en vorstschade. Na een strenge winter kunnen jonge twijgen invriezen, maar een goed gevestigde plant loopt vaak opnieuw uit vanuit het oudere hout. Wacht daarom tot het voorjaar voordat beschadigde delen worden verwijderd.
Deze cultivar is halfwintergroen. Tijdens een zachte Belgische winter kan hij een groot deel van zijn blad behouden. Bij aanhoudende vorst, koude wind of een minder beschutte standplaats valt doorgaans meer blad af. Dat tijdelijke bladverlies betekent niet noodzakelijk dat de plant afgestorven is. Controleer in het voorjaar of de takken onder de bast nog groen zijn en wacht de nieuwe uitloop af voordat u snoeit. Het winterbeeld kan daardoor van jaar tot jaar verschillen.
'Francis Mason' wordt doorgaans ongeveer 1 tot 1,5 meter hoog en ontwikkelt een brede, dicht vertakte groeiwijze. De uiteindelijke omvang hangt mee af van de bodem, beschutting en snoei. Door zijn beperkte hoogte is deze cultivar bruikbaar in een gemengde heesterborder of als lage, vrij groeiende struik. Geef hem voldoende ruimte om zijn gebogen twijgen natuurlijk te laten uitgroeien; te krap planten of voortdurend strak snoeien gaat ten koste van de typische vorm en bloei.
Plant 'Francis Mason' in humusrijke grond die voldoende vocht vasthoudt maar overtollig water snel afvoert. Vooral tijdens de winter is een doorlatende bodem belangrijk. Op zware, langdurig natte grond neemt de kans op wortelschade toe en is de struik minder goed bestand tegen vorst. Verbeter slecht doorlatende grond vóór het planten en vermijd een laaggelegen plaats waar regenwater blijft staan. Geef tijdens droge perioden na de aanplant water totdat de struik goed is ingeworteld.
Snoei deze abelia bij voorkeur in het voorjaar, nadat de zwaarste vorst voorbij is. Verwijder eerst dode of ingevroren twijgen tot op gezond hout. Sterk verouderde takken kunnen geleidelijk aan de basis worden weggenomen om nieuwe scheutvorming te stimuleren. Een jaarlijkse zware snoei is doorgaans niet nodig en kan de natuurlijke, breed gebogen groei verstoren. Beperk vormsnoei tot het inkorten van storende takken en gebruik steeds schoon, scherp snoeigereedschap.