- Tous les produits
- Sierplanten
- Meerjarige vaste planten
- Vaste planten
- ACONITUM NAPELLUS 'SCHNEEWITTCHEN'
- Vaste planten
Witte monnikskap (Aconitum napellus 'Schneewittchen') onderscheidt zich door zijn witte bloemen, die in de zomer in rechtopstaande aren boven het diep ingesneden, groene blad verschijnen. De stevige, opgaande groei maakt deze cultivar vooral geschikt voor het midden of de achtergrond van een vasteplantenborder.
De bloeiende plant wordt doorgaans 80 tot 120 cm hoog. Op een open of winderige plaats kunnen de langere bloemstengels ondersteuning nodig hebben. De bloemen zijn ook bruikbaar als snijbloem, maar voorzichtigheid blijft noodzakelijk wegens de giftigheid van de plant.
Standplaats en bodem
'Schneewittchen' groeit goed in de zon tot halfschaduw. In de volle zon moet de bodem voldoende vochthoudend blijven. Een humusrijke, diepe grond die niet langdurig uitdroogt, geeft de beste groei. Vermijd een hete standplaats met droge, arme bodem.
De plant is bladverliezend en sterft in het najaar bovengronds af. Hij is goed winterhard in België en loopt in het voorjaar opnieuw uit.
Belangrijk aandachtspunt
Alle delen van monnikskap zijn sterk giftig bij inname. Draag bij het planten, snoeien of verplaatsen bij voorkeur handschoenen en was nadien de handen. Kies geen gemakkelijk bereikbare plaats wanneer jonge kinderen of huisdieren van planten kunnen eten.
'Schneewittchen' wordt doorgaans ongeveer 80 tot 120 cm hoog. De uiteindelijke hoogte hangt mee af van de bodem, vochtvoorziening en hoeveelheid licht. In een diepe, humusrijke en voldoende vochtige grond kunnen de bloemstengels hoger uitgroeien dan op een drogere standplaats. Door zijn opgaande groei staat deze cultivar meestal het best in het midden of achteraan in een vasteplantenborder. Op een open, winderige plaats kan het nuttig zijn om de lange bloemstengels tijdig te ondersteunen.
Ja, witte monnikskap kan in de volle zon groeien wanneer de bodem voldoende vochthoudend blijft. Op een warme plaats met snel uitdrogende grond is halfschaduw geschikter. Vooral tijdens langdurige droge periodes mag de wortelzone niet volledig uitdrogen. Een laag compost of organische mulch helpt het bodemvocht te behouden. Een hete standplaats tegen een zuidmuur of een droge, arme zandgrond is minder geschikt voor deze cultivar.
'Schneewittchen' verkiest een diepe, humusrijke bodem die vochthoudend maar niet voortdurend drassig is. Werk bij arme grond rijpe compost door de plantzone. Op lichte zandgrond is extra organisch materiaal nuttig om water en voedingsstoffen beter vast te houden. Tijdens droge zomers kan bijkomend water nodig zijn, zeker zolang de plant nog niet goed is ingeworteld. Langdurige uitdroging remt de groei en kan leiden tot kortere bloemstengels.
Ja. Alle delen van Aconitum napellus 'Schneewittchen' zijn sterk giftig bij inname, ook de wortels en zaden. Draag bij het planten, delen of afknippen bij voorkeur handschoenen en was nadien grondig de handen. Laat afgesneden plantendelen niet achter op plaatsen waar kinderen of huisdieren erbij kunnen. Gebruik de bloemen alleen als snijbloem wanneer ze veilig behandeld en buiten bereik geplaatst kunnen worden. De plant is niet geschikt voor consumptie.
Deze cultivar bloeit in de zomer, doorgaans van juni tot en met augustus. De exacte bloeiperiode kan enkele weken verschuiven door de standplaats en het weer. De witte bloemen staan in rechtopstaande aren boven het groene blad. Voldoende bodemvocht tijdens het voorjaar en de vroege zomer ondersteunt de ontwikkeling van de bloemstengels. Op een erg droge standplaats kan de bloei korter blijven en bereikt de plant doorgaans minder hoogte.