- Tous les produits
- Sierplanten
- Klimplanten
- VITIS VINIFERA 'PURPUREA'
- Klimplanten
Sierdruif Vitis vinifera 'Purpurea' wordt vooral aangeplant om zijn grote, wijnrode tot purperbruine bladeren. De donkere bladkleur onderscheidt deze cultivar duidelijk van groenbladige druivelaars. In juni en juli verschijnen kleine, groenachtige bloemen, gevolgd door donkerblauwe druiventrossen die doorgaans vanaf september rijpen.
De vruchten zijn eetbaar, maar hun smaak is minder verfijnd dan die van druivenrassen die speciaal voor consumptie werden geselecteerd. Het is daarom in de eerste plaats een sierdruif. Rijpe vruchten kunnen ook vogels aantrekken.
'Purpurea' groeit krachtig en kan langs een pergola, gevel of draadconstructie ongeveer 5 tot 7 meter hoog worden. De ranken hechten zich met hechtranken vast, maar moeten tijdens de eerste jaren worden aangebonden en geleid. Een zonnige, warme standplaats bevordert zowel de bladkleur als de rijping van de druiven. Kies een goed doorlatende tuingrond en vermijd langdurig natte grond.
Te lange scheuten kunnen in de zomer worden ingekort zonder de vruchttrossen te beschadigen. Een grondigere vormsnoei gebeurt tijdens de winterrust, bij voorkeur voordat de sapstroom in het voorjaar op gang komt.
| Emplacement | Soleil, Mi-ombre |
| Caractéristique | Feuillage ou aiguilles parfumés |
Ja, de donkerblauwe druiven zijn eetbaar en rijpen doorgaans vanaf september. Hun smaak is echter minder verfijnd dan die van druivenrassen die specifiek als tafeldruif werden geselecteerd. 'Purpurea' wordt daarom vooral gekozen voor zijn wijnrode tot purperbruine blad. De vruchten vormen een bijkomende sierwaarde en kunnen ook vogels aantrekken. Wie vooral smakelijke druiven wil oogsten, kiest beter een uitgesproken consumptieras.
Ja. Deze sierdruif vormt lange ranken en heeft een stevige pergola, gevelconstructie of horizontaal draadwerk nodig. De hechtranken grijpen zich rond dunne steunpunten, maar jonge scheuten moeten aanvankelijk worden aangebonden en in de gewenste richting geleid. Controleer regelmatig of bindmateriaal niet in de groeiende takken snijdt. Houd bij de plaatskeuze rekening met een uiteindelijke hoogte van ongeveer 5 tot 7 meter.
De bladkleur ontwikkelt zich het duidelijkst op een zonnige en warme standplaats. Daar krijgt het grote blad zijn kenmerkende wijnrode tot purperbruine tint en kunnen de druiven beter afrijpen. Een zuid- of westgerichte muur is geschikt, op voorwaarde dat de bodem niet volledig uitdroogt. Plant de druivelaar in goed doorlatende tuingrond en vermijd een plaats waar na regen langdurig water rond de wortels blijft staan.
Te lange scheuten kunnen in juli of augustus worden ingekort om de plant binnen de beschikbare ruimte te houden. Laat daarbij voldoende blad rond de druiventrossen staan en voorkom beschadiging van de vruchten. Een grondigere vormsnoei gebeurt tijdens de winterrust, voordat de sapstroom opnieuw op gang komt. Late wintersnoei kan bij druivelaars sterke sapuitvloeiing veroorzaken. Regelmatig leiden en beperkt terugsnoeien voorkomt dat de klimplant een pergola of gevelconstructie volledig overgroeit.
'Purpurea' is in de eerste plaats een sierdruif. Het onderscheidende kenmerk is het grote, donker wijnrode tot purperbruine blad. De plant draagt daarnaast eetbare donkerblauwe druiven, maar de vruchtkwaliteit is niet vergelijkbaar met die van geselecteerde tafel- of wijndruiven. Deze cultivar past daarom vooral bij wie een krachtige klimplant met een donkere bladkleur zoekt en de vruchten als bijkomende sierwaarde beschouwt.