- Tous les produits
- Sierplanten
- Sierstruiken
- Bladverliezend
- VITEX AGNUS-CASTUS PROVEN WINNERS® BLUE DIDDLEY
- Bladverliezend
Compacte monnikspeper met late zomerbloei
Vitex agnus-castus Blue Diddley® ('SMVACBD') blijft duidelijk compacter dan de gewone monnikspeper. De struik ontwikkelt een afgeronde, dicht vertakte vorm en wordt doorgaans ongeveer 1,20 tot 1,50 meter hoog en breed. Daardoor past hij beter in een gemengde border dan sterker groeiende vormen.
De lavendelblauwe bloemaren verschijnen vanaf het midden van de zomer en kunnen tot in de vroege herfst aanwezig blijven. Ze worden bezocht door bijen en vlinders. Blue Diddley® is bladverliezend en loopt opvallend laat uit; een kale plant in het vroege voorjaar wijst daarom niet noodzakelijk op vorstschade.
Standplaats en verzorging
Plant deze cultivar in de volle zon, op een warme plek met goed doorlatende grond. Langdurig natte wintergrond is minder geschikt. Na volledige inworteling verdraagt de plant droge periodes behoorlijk goed, maar tijdens het eerste groeiseizoen blijft regelmatig water geven belangrijk.
De bloemen ontstaan op nieuwe scheuten. Terugsnoeien in het vroege voorjaar is daarom mogelijk en bevordert een compacte groei. Wacht met snoeien tot de strengste vorst voorbij is. Op koudere of onbeschutte plaatsen kunnen bovengrondse delen tijdens een strenge winter invriezen, waarna de plant vanuit de basis opnieuw kan uitlopen.
Blue Diddley® wordt doorgaans ongeveer 1,20 tot 1,50 meter hoog en ongeveer even breed. De cultivar groeit natuurlijk afgerond en blijft aanzienlijk compacter dan de gewone monnikspeper. De uiteindelijke afmetingen hangen mee af van de standplaats, de bodem en de snoei. Op een warme, zonnige plek kan de struik sterker ontwikkelen dan op een koelere locatie. Door hem in het vroege voorjaar terug te snoeien, blijft de groei compacter en ontstaan krachtige nieuwe scheuten waarop later dat jaar de bloemen verschijnen.
Laat uitlopen is kenmerkend voor deze cultivar. Blue Diddley® kan in het voorjaar nog kaal lijken terwijl andere bladverliezende struiken al volop groeien. Controleer daarom niet te vroeg op vorstschade en verwijder kale takken pas wanneer duidelijk is dat ze niet meer uitlopen. Een warme, zonnige standplaats ondersteunt een vlotte hergroei. Vooral na een koude winter kan het nieuwe blad nog wat later verschijnen. Zodra de bodem voldoende is opgewarmd, vormt de plant doorgaans nieuwe scheuten vanuit het bestaande hout of vanuit de basis.
Blue Diddley® kan in België buiten worden geplant, maar staat het best op een warme, zonnige en goed doorlatende plek. Tijdens een strenge winter kunnen bovengrondse scheuten invriezen, vooral op een onbeschutte standplaats of in natte grond. De plant kan vervolgens vanuit de basis opnieuw uitlopen en op de nieuwe scheuten bloeien. Vermijd daarom zware grond waarin tijdens de winter water blijft staan. Een beschutte plaats tegen een zonnige muur of tussen andere beplanting beperkt de blootstelling aan koude wind.
Snoei Blue Diddley® in het vroege voorjaar, nadat de strengste vorst voorbij is. De cultivar bloeit op scheuten die in hetzelfde groeiseizoen worden gevormd, waardoor een voorjaarssnoei de zomerbloei niet wegneemt. Verwijder eerst dood of ingevroren hout en kort daarna de overige takken in om een compacte, goed vertakte struik te behouden. Snoei niet te vroeg, want de plant loopt van nature laat uit. Bij jonge exemplaren volstaat doorgaans een beperkte vormsnoei; oudere struiken kunnen sterker worden teruggenomen.
Ja, mits de grond goed doorlatend is en de plant voldoende tijd krijgt om in te wortelen. Een gevestigd exemplaar verdraagt tijdelijke droge periodes behoorlijk goed. Tijdens het eerste groeiseizoen en bij langdurige zomerdroogte blijft extra water aangewezen. Geef liever minder vaak een ruime hoeveelheid dan dagelijks een kleine gift, zodat de wortels dieper groeien. Droge, zonnige grond is geschikter dan een natte bodem; vooral stilstaand wintervocht verhoogt het risico op wortelproblemen en vorstschade.