- Tous les produits
- Sierplanten
- Bodembedekkers
- VINCA MINOR 'ARGENTEOVARIEGATA'
- Bodembedekkers
Kleine maagdenpalm Vinca minor 'Argenteovariegata' onderscheidt zich door zijn groen-witbonte blad. De roomwitte bladrand blijft ook buiten de bloeiperiode zichtbaar. In maart en april verschijnen blauwe bloemen boven het lage bladerdek.
Deze wintergroene cultivar groeit met kruipende, bovengrondse scheuten en wordt doorgaans ongeveer 15 tot 20 cm hoog. Hij vormt geleidelijk een gesloten begroeiing en is vooral bruikbaar als onderbeplanting, in vakken en op plaatsen waar een lage bodembedekker gewenst is. De uitlopers kunnen buiten het voorziene plantvak groeien en mogen indien nodig worden ingekort.
'Argenteovariegata' groeit in zon, halfschaduw en schaduw. In diepe schaduw kan de bloei minder rijk zijn. Een humusrijke, voldoende vochthoudende maar doorlatende bodem geeft het beste resultaat. Langdurig droge grond is minder geschikt, zeker tijdens de vestiging. De plant is goed winterhard in België en behoudt doorgaans zijn blad tijdens de winter.
| Emplacement | Mi-ombre, Ombre |
| Période de floraison | Avril, Mai, Juin |
| Vitesse de croissance | Rapide, Moyen |
| Caractéristique | Couvre-sol rampant, Feuillage ou aiguilles parfumés |
| Convient pour | Jardin sur toit |
| Persistant | Oui |
| Couleur des fleurs | Bleu |
| Convient comme | Couvre-sol |
Ja. Vinca minor 'Argenteovariegata' verdraagt schaduw en kan onder struiken of bladverliezende bomen worden gebruikt. Op een zeer donkere plaats blijft de plant doorgaans wel minder compact en verschijnen er minder bloemen dan in halfschaduw. Ook onder bomen moet de bodem voldoende vocht vasthouden: droge wortelconcurrentie kan de vestiging vertragen. Geef daarom tijdens het eerste groeiseizoen water wanneer de grond langdurig uitdroogt.
Deze maagdenpalm verspreidt zich met kruipende scheuten die op geschikte plaatsen kunnen wortelen. Controleer de rand van het plantvak één of twee keer per jaar en knip uitlopers terug voordat ze zich verder vastzetten. Losse, gewortelde delen kunnen eenvoudig worden verwijderd. Naast kwetsbare vaste planten is een duidelijke rand of regelmatige begrenzing aangewezen, omdat een gesloten mat kleinere planten geleidelijk kan verdringen.
Een humusrijke, doorlatende bodem die niet langdurig uitdroogt is het meest geschikt. Gewone zand-, leem- en lichte kleigrond komen in aanmerking wanneer de waterhuishouding goed is. Op zware, voortdurend natte grond kunnen de wortels minder goed ontwikkelen. Zeer droge grond onder dicht vertakte bomen vraagt tijdens de vestiging extra aandacht. Een laag organisch materiaal helpt daar om het bodemvocht gelijkmatiger vast te houden.
Een jaarlijkse snoeibeurt is niet noodzakelijk. Snoei is vooral nuttig om de bodembedekker binnen zijn toegewezen ruimte te houden of om slordige en beschadigde scheuten weg te nemen. Terugknippen kan na de voorjaarsbloei of zodra uitlopers ongewenst verder groeien. Gebruik een scherpe snoeischaar en verwijder los snoeimateriaal, zodat de lage begroeiing voldoende lucht en licht behoudt.