- Tous les produits
- Sierplanten
- Sierstruiken
- Bladverliezend
- VIBURNUM OPULUS
- Bladverliezend
De Gelderse roos (Viburnum opulus) is een brede, bladverliezende struik die doorgaans 2 tot 4 meter hoog en ongeveer even breed wordt. In mei en juni verschijnen vlakke, witte bloemschermen. De kleine vruchtbare bloemen in het midden worden omgeven door grotere, steriele randbloemen.
Na de bloei ontstaan trossen met glanzende, helderrode bessen. Ze rijpen vanaf de late zomer en kunnen tot in de herfst aan de struik blijven. De vruchten zijn niet bestemd voor menselijke consumptie, maar worden door verschillende vogelsoorten gegeten. Het groene, gelobde blad verkleurt in het najaar rood tot roodpaars.
Viburnum opulus groeit het best in de zon of halfschaduw, op een voedselrijke bodem die voldoende vocht vasthoudt. De soort verdraagt verschillende grondsoorten, maar ontwikkelt zich minder goed op langdurig droge grond. Hij is goed winterhard in België.
Door zijn brede, natuurlijke groei past de Gelderse roos in een losse haag, aan een bosrand of in een gemengde struikenborder. Snoei is doorgaans niet nodig. Voor verjonging kunnen enkele oude takken aan de basis worden verwijderd. Wie de bessen wil behouden, snoeit niet onmiddellijk na de bloei.
| Emplacement | Soleil, Mi-ombre |
| Période de floraison | Mai, Juin |
| Caractéristique | Parfumé, Plante mellifère |
| Couleur des fleurs | Blanc |
| Vitesse de croissance | Moyen |
| Forme | Croissance irrégulière |
Ja, de Gelderse roos is geschikt voor een brede, losse haag waarin bloei en vruchten belangrijk zijn. De struik groeit van nature breed en open en is daarom minder geschikt voor een smalle, strak gesnoeide haag. Geef hem voldoende ruimte om zich te vertakken. Door beperkt te snoeien blijven de witte bloemschermen en de daaropvolgende rode bessen het best behouden.
Een beperkte vruchtzetting kan het gevolg zijn van sterke snoei tijdens of kort na de bloei, omdat daarbij de ontwikkelende vruchten worden verwijderd. Ook weinig licht of een tegenvallende bloei kan het aantal bessen beperken. Plant de struik bij voorkeur in de zon of halfschaduw en snoei alleen wanneer dat nodig is. De bessen worden bovendien door vogels gegeten en kunnen daardoor sneller verdwijnen.
Droge zandgrond is niet de voorkeursbodem. De Gelderse roos groeit het krachtigst op een voedselrijke, vochthoudende maar niet permanent drassige grond. Op zandgrond kan hij worden aangeplant wanneer de bodem met organisch materiaal wordt verbeterd en tijdens droge perioden voldoende water krijgt. Vooral jonge planten zijn gevoelig voor uitdroging zolang het wortelgestel nog niet volledig ontwikkeld is.
De rode bessen zijn niet bedoeld voor menselijke consumptie. Laat ze aan de struik hangen als sierfruit en als voedsel voor vogels. Bij aanplant in een tuin met jonge kinderen is het verstandig uit te leggen dat de bessen niet gegeten mogen worden. Voor de plant zelf hebben de vruchten vooral waarde als herfstversiering en als voedselbron voor bessenetende vogels.
Laat de struik bij voorkeur natuurlijk uitgroeien en beperk de snoei tot het verwijderen van beschadigde, kruisende of sterk verouderde takken. Voor verjonging kunnen enkele oude takken volledig aan de basis worden weggenomen. Jaarlijks sterk terugknippen vermindert de bloei en kan de vruchtzetting wegnemen. Snoei daarom gefaseerd en verwijder nooit in één keer een groot deel van het gestel.