- Tous les produits
- Sierplanten
- Bodembedekkers
- THYMUS CITRIODORUS 'SILVER QUEEN'
- Bodembedekkers
Citroentijm (Thymus × citriodorus 'Silver Queen') onderscheidt zich door zijn groen-wit bonte bladeren met een frisse citroengeur. De aromatische blaadjes kunnen vers of gedroogd worden gebruikt bij onder meer vis, gevogelte en salades.
Deze cultivar groeit laag en compact en bereikt doorgaans ongeveer 10 tot 20 cm hoogte. In juli en augustus verschijnen kleine, lichtroze bloemen die bijen en andere bestuivende insecten aantrekken. Het blad blijft in zachte winters grotendeels aanwezig, maar kan bij strenge vorst of langdurig nat weer beschadigd raken.
'Silver Queen' groeit het best in volle zon en op een droge tot matig vochtige, zeer goed doorlatende bodem. Een stenige of zandige grond is geschikter dan zware grond waarin tijdens de winter water blijft staan. In een pot is een ruime afvoeropening noodzakelijk, omdat een blijvend natte wortelkluit gemakkelijk wortelproblemen veroorzaakt.
Een lichte snoeibeurt na de bloei helpt om de plant compact te houden. Knip niet diep terug in het oude, kale hout. De lage groei maakt deze citroentijm geschikt voor een zonnige kruidenborder, rotstuin, pot of open plek tussen stapstenen, maar niet voor intensieve betreding.
Ja. De bladeren zijn eetbaar en hebben een kruidige tijmsmaak met een duidelijke citroentoets. Ze kunnen vers of gedroogd worden gebruikt bij vis, gevogelte, salades en andere gerechten waarin een lichte citrussmaak past. Oogst bij voorkeur jonge scheuttoppen vóór of tijdens het begin van de bloei. Regelmatig maar beperkt oogsten helpt de plant compact te houden. Gebruik voor consumptie alleen planten die niet met ongeschikte gewasbeschermingsmiddelen zijn behandeld.
'Silver Queen' kan in België buiten overwinteren wanneer hij zonnig staat en de bodem ook tijdens de winter goed afwatert. Langdurige nattigheid vormt doorgaans een groter risico dan gewone winterkou. Op zware kleigrond is een verhoogde plantplaats of een mengsel met grof mineraal materiaal aangewezen. Een pot moet voldoende afvoergaten hebben en mag in de winter niet voortdurend nat staan. Bij strenge vorst kan het blad beschadigen en is enige beschutting nuttig.
De cultivar is in principe wintergroen, maar het winterbeeld hangt af van de standplaats en het weer. Tijdens zachte, droge winters blijft een groot deel van het bonte blad aanwezig. Strenge vorst, koude wind of een langdurig natte bodem kunnen bladverlies en beschadigde scheutpunten veroorzaken. Zet de plant daarom op een zonnige, beschutte plaats met een scherpe drainage. Verwijder beschadigde delen pas in het voorjaar, zodra zichtbaar is welke scheuten opnieuw uitlopen.
Ja, maar vooral op kleine, zonnige en droge oppervlakken. De plant vormt een lage, compacte begroeiing die geschikt is voor een rotstuin, kruidenborder, muurrand of open voegen tussen stapstenen. Hij verdraagt geen intensieve betreding en sluit de bodem minder snel dan sterk kruipende tijmsoorten. Voor een gelijkmatig vak zijn daarom meerdere planten nodig. Vermijd plaatsen waar regenwater blijft staan of waar hogere planten te veel schaduw geven.
Knip de plant na de zomerbloei licht terug om de vertakking en compacte groei te behouden. Verwijder de uitgebloeide stengels samen met een klein deel van het jonge, bebladerde gewas. Snoei niet diep in oud, kaal en verhout materiaal, omdat tijm daaruit minder betrouwbaar opnieuw uitloopt. Na een koude winter kan in het voorjaar aanvullend dood of beschadigd hout worden weggehaald. Gebruik een schone, scherpe snoeischaar en snoei bij voorkeur tijdens droog weer.