- Tous les produits
- Sierplanten
- Bodembedekkers
- SEDUM ALBUM 'MURALE'
- Bodembedekkers
Wit vetkruid (Sedum album) 'Murale' onderscheidt zich door zijn lage, kruipende groei en groen tot roodbruin verkleurende blad. De kleine, vlezige bladeren blijven doorgaans ook in de winter aanwezig. De plant vormt geleidelijk dichte matten en blijft meestal lager dan 20 cm.
In juni en juli verschijnen kleine, lichte sterbloemen boven het blad. De bloei trekt bijen en andere bestuivende insecten aan.
Standplaats en gebruik
'Murale' groeit het best in de zon, maar verdraagt ook lichte halfschaduw. Een droge, voedselarme en goed doorlatende bodem is belangrijker dan een rijke grond. Vooral stilstaand wintervocht kan uitval veroorzaken.
Door zijn beperkte hoogte en kruipende groei is dit vetkruid bruikbaar in rotstuinen, tussen stapelstenen, langs zonnige borderranden en in plantenbakken. Na het inwortelen verdraagt het droge periodes goed. Snoei is gewoonlijk niet nodig; ongewenste uitlopers kunnen na de bloei worden ingekort.
De roodbruine verkleuring hoort bij deze cultivar en wordt doorgaans sterker onder invloed van veel zon, droogte en lage temperaturen. Bij zachter weer of in lichte halfschaduw kan het blad groener blijven. De kleur kan daardoor tijdens het jaar veranderen. Roodbruin blad wijst bij een verder stevige plant niet noodzakelijk op een probleem. Zacht, doorschijnend of zwart wordend blad kan daarentegen duiden op te natte grond of beschadiging.
Ja, op droge zandgrond groeit 'Murale' doorgaans goed, op voorwaarde dat de plant na aanplant voldoende vocht krijgt om in te wortelen. Een schrale bodem vormt meestal geen bezwaar. Vermijd overmatige bemesting, want een te voedselrijke standplaats kan een lossere groei geven. Na het inwortelen is slechts tijdens langdurige droogte extra water nodig. In een pot droogt de kluit sneller uit dan in volle grond en moet de vochtigheid daarom regelmatiger worden gecontroleerd.
Nee, langdurig natte grond is ongeschikt. De vlezige bladeren slaan water op, terwijl de wortels behoefte hebben aan voldoende lucht. Vooral een combinatie van koude en stilstaand wintervocht verhoogt het risico op wortel- en stengelrot. Plant dit vetkruid daarom in een doorlatende bodem en vermijd laaggelegen plaatsen waar regenwater blijft staan. Op zware grond kan een verhoogde plantplaats of een rotstuinconstructie de afwatering verbeteren.
Het blad blijft doorgaans in de winter aanwezig, maar behoudt niet noodzakelijk zijn groene kleur. Onder invloed van kou en zon kan het duidelijk roodbruin verkleuren. Na een natte of strenge winter kunnen sommige scheuten minder fris ogen. Beschadigde delen mogen in het voorjaar worden verwijderd zodra de nieuwe groei begint. Een goed doorlatende standplaats is belangrijker voor een goed winterbeeld dan extra winterbescherming.
Regelmatige snoei is niet nodig. De plant blijft van nature laag en breidt zich kruipend uit. Uitlopers die buiten de gewenste plantzone groeien, kunnen na de bloei of in het voorjaar worden ingekort. Verwijder in het voorjaar ook losse, verdroogde of beschadigde scheuten. Sterk terugsnoeien is meestal overbodig. Op een geschikte, schrale standplaats blijft de groei doorgaans compacter dan op rijk bemeste grond.