- Tous les produits
- Sierplanten
- Sierstruiken
- Bladverliezend
- SALIX INTEGRA 'HAKURO-NISHIKI'
- Bladverliezend
De bonte wilg (Salix integra 'Hakuro-nishiki') onderscheidt zich door zijn wisselende bladkleuren. Het jonge blad loopt roze uit en verkleurt daarna naar groen met onregelmatige roomwitte delen. Daardoor verandert het beeld van de struik tijdens het groeiseizoen.
Als vrij uitgroeiende struik ontwikkelt deze cultivar een dichte, afgeronde vorm van ongeveer 1,5 tot 3 meter hoog. Snoei stimuleert de vorming van jonge scheuten, waarop de bladkleuren het duidelijkst tot uiting komen. De plant kan daarom in het late winterseizoen of aan het begin van het voorjaar worden teruggesnoeid. Zonder regelmatige snoei wordt de struik breder en minder strak van vorm.
Plant 'Hakuro-nishiki' in de zon of halfschaduw, bij voorkeur in een vochthoudende maar voldoende doorlatende bodem. Langdurige droogte remt de groei en kan bruine bladranden veroorzaken. Op een hete standplaats met felle middagzon is het witbonte blad gevoeliger voor verbranding, vooral wanneer de grond tegelijk uitdroogt.
Deze bonte wilg is bladverliezend en goed winterhard in België. Hij komt het best tot zijn recht als afzonderlijke sierstruik of als kleuraccent in een gemengde border. Voor teelt in een pot is een ruime bak nodig en moet de vochtvoorziening nauwgezet worden opgevolgd.
De roze kleur hoort vooral bij het jonge, pas uitgelopen blad. Tijdens het afrijpen neemt het aandeel groen toe en blijven roomwitte tekeningen zichtbaar. Dit is een normaal seizoensverloop en geen teken van een tekort. Nieuwe scheuten leveren doorgaans opnieuw de sterkste roze tinten. Regelmatige snoei bevordert zulke jonge groei, maar ook licht, bodemvocht en voeding beïnvloeden de kleurintensiteit. In diepe schaduw wordt de bonte tekening meestal minder uitgesproken.
Ja. Vooral de roomwitte bladdelen kunnen bruine randen krijgen bij felle middagzon in combinatie met een droge bodem of uitdrogende wind. Een standplaats in de zon is mogelijk wanneer de grond voldoende vochthoudend blijft. Op warme, droge locaties is lichte halfschaduw veiliger. Geef na aanplant en tijdens langdurige droogte tijdig water, maar vermijd voortdurend natte grond rond de wortels. Bladverbranding is doorgaans een standplaats- of vochtprobleem en geen ziekte.
Snoei de struik bij voorkeur aan het einde van de winter of vroeg in het voorjaar, voordat de sterke nieuwe groei begint. De jonge scheuten dragen het meest uitgesproken roze en roomwit getekende blad. Hoe sterk u terugsnoeit, hangt af van de gewenste omvang en vorm. Verwijder daarnaast zwakke, beschadigde of kruisende takken. Een jaarlijkse snoeibeurt houdt de struik dichter en kleurrijker; zonder snoei groeit hij breder uit en wordt het aandeel ouder hout groter.
Als vrij uitgroeiende struik bereikt 'Hakuro-nishiki' doorgaans ongeveer 1,5 tot 3 meter hoogte en kan hij eveneens vrij breed worden. De uiteindelijke omvang hangt af van de bodem, de vochtvoorziening en de snoeifrequentie. Door jaarlijks terug te snoeien blijft de plant duidelijk kleiner en dichter vertakt. Houd bij de aanplant voldoende afstand tot paden en naburige struiken, zodat de natuurlijke afgeronde vorm zich kan ontwikkelen zonder voortdurend corrigerende snoei te vragen.
Dat kan, mits de plant in een ruime pot met afvoergaten staat. Gebruik een substraat dat vocht vasthoudt maar overtollig water laat weglopen. Een bonte wilg in pot droogt sneller uit dan een exemplaar in volle grond en vraagt daarom regelmatige controle, vooral tijdens warm en winderig weer. Jaarlijkse snoei helpt om de kroon in verhouding tot de beschikbare wortelruimte te houden. Laat de pot niet langdurig in water staan en bescherm de wortelkluit tegen sterke uitdroging.