- Tous les produits
- Sierplanten
- Meerjarige vaste planten
- Vaste planten
- RUDBECKIA SUBTOMENTOSA 'LITTLE HENRY'
- Vaste planten
Compacte zonnehoed met een afwijkende bloemvorm
Rudbeckia subtomentosa 'Little Henry' onderscheidt zich door zijn smalle, opgerolde gele lintbloemen. Ze staan rond een donker bloemhart en geven de bloemen een fijner, stervormig uiterlijk dan bij de meeste zonnehoeden.
Deze cultivar blijft lager dan 'Henry Eilers' en bereikt doorgaans een hoogte van 80 tot 100 cm. De groei is polvormend en opgaand. De stevige bloemstengels blijven meestal zonder ondersteuning overeind, al blijft een open en voldoende zonnige standplaats belangrijk voor een compacte groei.
De bloei loopt in België doorgaans van juli tot september. De bloemen worden bezocht door bijen en andere bestuivende insecten. Na de bloei kunnen de verdroogde stengels blijven staan voor structuur in de winterborder.
Standplaats en verzorging
'Little Henry' groeit het best in de volle zon en in een goed doorlatende tuingrond. Vermijd plaatsen waar de bodem tijdens de winter langdurig nat blijft. Knip de oude stengels aan het einde van de winter terug voordat de nieuwe scheuten verschijnen.
'Little Henry' heeft dezelfde kenmerkende smalle, opgerolde gele lintbloemen als 'Henry Eilers', maar blijft duidelijk lager. Met een gebruikelijke hoogte van ongeveer 80 tot 100 cm is hij gemakkelijker te verwerken in kleinere borders. De compacte groei maakt hem ook geschikt voor het midden van een beplanting, waar de hogere 'Henry Eilers' eerder achteraan wordt geplaatst.
De gele lintbloemen zijn overlangs opgerold, waardoor ze bijna buisvormig ogen. Dat is een vast cultivarkenmerk en geen gevolg van droogte, insectenvraat of een gebrek aan voedingsstoffen. Door deze afwijkende bloemvorm blijft het donkere hart duidelijk zichtbaar en krijgt de bloem een fijn, stervormig uiterlijk.
De stevige, rechtopstaande bloemstengels hebben doorgaans geen steun nodig. Plant de zonnehoed wel op een open, zonnige plaats; bij te veel schaduw kunnen de stengels langer en minder stevig worden. Ook een te voedselrijke bodem kan een slappere groei veroorzaken. Op een passende standplaats vormt de plant een compacte, opgaande pol.
Een langdurig natte bodem is niet geschikt, vooral niet tijdens de winter. Kies een grond die overtollig water voldoende snel afvoert. Op zware grond kan een iets verhoogde plantplaats de afwatering verbeteren. Een bodem die tijdens het groeiseizoen licht vochtig blijft, is geen probleem zolang de wortels niet voortdurend in natte, zuurstofarme grond staan.
Laat de verdroogde bloemstengels bij voorkeur tijdens de herfst en het grootste deel van de winter staan. Ze geven structuur aan de border. Knip de oude stengels aan het einde van de winter terug tot kort boven de grond, voordat de nieuwe scheuten beginnen uit te lopen. Tijdens de zomer is snoei doorgaans niet nodig.