- Tous les produits
- Sierplanten
- Sierstruiken
- Bladhoudend
- RHODODENDRON 'MADAME MASSON'
- Bladhoudend
Rhododendron 'Madame Masson' onderscheidt zich door zijn witte bloemen met een geelachtige tekening in de keel. De bloei valt doorgaans in mei en steekt duidelijk af tegen het donkergroene, wintergroene blad.
Deze cultivar groeit uit tot een brede struik en komt het best tot zijn recht in een heesterborder, als solitair of in een losse, bloeiende haag. Voor een strakke of erg smalle haag is de natuurlijke groeiwijze minder geschikt.
Plant 'Madame Masson' bij voorkeur in zure, humusrijke en goed doorlatende grond die gelijkmatig vochtig blijft. Kalkrijke bodem kan de opname van voedingsstoffen verstoren en bladvergeling veroorzaken. Halfschaduw is doorgaans de veiligste standplaats. Zon is mogelijk op voldoende vochthoudende grond, maar vermijd een hete, uitdrogende plek.
Snoei is gewoonlijk beperkt tot het verwijderen van beschadigde takken of een lichte vormcorrectie na de bloei. Oudere rhododendrons verdragen geen langdurig natte grond rond de wortels, maar evenmin sterke uitdroging.
Ja, deze cultivar kan worden aangeplant als losse, wintergroene bloeihaag. Houd rekening met zijn brede groeiwijze: hij is minder geschikt voor een smalle, strak geschoren haag. Een rhododendronhaag sluit bovendien niet onmiddellijk na het planten. Beperk het snoeien tot een lichte correctie na de bloei, zodat de struiken natuurlijk kunnen vertakken en voldoende bloemknoppen voor het volgende voorjaar vormen.
Kalkrijke grond is niet geschikt. Rhododendrons hebben een zure bodem nodig om onder meer ijzer goed op te nemen. Bij een te hoge pH kunnen de bladeren geel worden terwijl de nerven groener blijven. Verbeter de plantplaats met zuur, humusrijk materiaal en gebruik geen kalkhoudende bodemverbeteraars. Op uitgesproken kalkrijke grond is teelt in een ruim plantvak met geschikte grond noodzakelijk, maar ook dan blijft opvolging van de bodemreactie belangrijk.
Volle zon is mogelijk wanneer de bodem zuur, humusrijk en voldoende vochthoudend is. Op een hete standplaats met uitdrogende grond neemt de kans op bladschade en een zwakkere groei toe. Halfschaduw biedt doorgaans de beste balans tussen een goede bloei en bescherming tegen sterke middagzon. Vermijd ook een plek waar de plant tijdens droge oostenwind snel vocht verliest.
Snoei bij voorkeur kort na de bloei, doorgaans aan het einde van mei of in juni. De struik vormt later in het groeiseizoen bloemknoppen voor het volgende voorjaar; een late snoeibeurt verwijdert een deel van die knoppen. Gewoonlijk volstaat het om beschadigde, kruisende of storende takken weg te nemen. Een zware jaarlijkse snoei is voor deze cultivar niet nodig.
Geel blad ontstaat bij rhododendrons vaak door een te hoge bodem-pH, waardoor de wortels bepaalde voedingsstoffen onvoldoende kunnen opnemen. Ook langdurig natte grond kan de wortelwerking verstoren. Controleer daarom eerst of de bodem zuur en goed doorlatend is. Voeg niet zonder diagnose extra mest toe: wanneer de pH of drainage niet geschikt is, verhelpt bemesting de onderliggende oorzaak niet.