- Tous les produits
- Sierplanten
- Bomen
- Loofbomen
- QUERCUS PETRAEA HAUT-TIGE
- Loofbomen
Grote inheemse eik voor een ruime standplaats
Wintereik (Quercus petraea) ontwikkelt een brede, op latere leeftijd vrij zware kroon en kan ongeveer 20 tot 30 meter hoog worden. Deze hoogstamvorm heeft een kale stam van 2,20 meter met daarboven de kroon. Zowel bovengronds als ondergronds moet daarom voldoende ruimte beschikbaar zijn.
Het gelobde, groene blad staat op een duidelijkere bladsteel dan bij de zomereik. In de herfst verkleurt het geelbruin tot bruin. De weinig opvallende bloei verschijnt doorgaans in mei. Kenmerkend zijn de eikels die vrijwel zonder steel aan de twijgen zitten.
Standplaats en bodem
Quercus petraea groeit goed in de zon of halfschaduw. Een luchtige, goed doorlatende zand- of leembodem met een zure tot neutrale reactie heeft de voorkeur. Een gevestigde boom verdraagt droge perioden redelijk, maar jonge bomen vragen tijdens langdurige droogte extra water. Langdurig natte, sterk verdichte grond is minder geschikt.
De wintereik verdraagt wind, maar groeit minder goed wanneer de wortelzone volledig wordt verhard. Houd rond de stam voldoende open bodem vrij, zodat regenwater en lucht de wortels kunnen bereiken.
Gebruik en onderhoud
Door zijn uiteindelijke omvang past deze hoogstam vooral in parken, landschappelijke beplantingen, brede lanen en grote tuinen. Snoei blijft bij voorkeur beperkt tot het begeleiden van een evenwichtige kroon en het verwijderen van beschadigde, kruisende of slecht geplaatste takken. Grote snoeiwonden worden best vermeden.
| Convient pour | Arbre ou plante solitaire, Haute-tige |
| Emplacement | Soleil, Mi-ombre, Convient aux sols secs, Tolère une humidité temporaire élevée |
| Vitesse de croissance | Moyen |
| Caractéristique | Tolère le vent |
Doorgaans niet. De wintereik kan ongeveer 20 tot 30 meter hoog worden en vormt uiteindelijk een brede kroon. Ook het wortelstelsel vraagt veel vrije bodemruimte. Deze hoogstam past daarom beter in een grote tuin, park, brede laan of landschappelijke beplanting. Voor een kleine stadstuin is een compacter blijvende boomsoort meestal een betere keuze. Houd bij de aanplant eveneens ruime afstand tot gebouwen, perceelsgrenzen en ondergrondse leidingen.
De wintereik (Quercus petraea) heeft doorgaans bladeren met een duidelijkere bladsteel, terwijl de bladvoet minder sterk geoord is dan bij de zomereik. De eikels van de wintereik zitten vrijwel zonder steel aan de twijgen. Bij de zomereik staan de eikels juist op langere vruchtstelen. De wintereik verkiest over het algemeen een beter doorlatende bodem en verdraagt langdurig natte grond minder goed dan de zomereik.
Ja, mits de zandgrond niet extreem voedselarm is en de boom goed kan inwortelen. Quercus petraea verdraagt droge perioden redelijk zodra hij gevestigd is. Tijdens de eerste jaren na aanplant blijft regelmatig en voldoende diep water geven belangrijk, vooral in droge lentes en zomers. Een organische mulchlaag helpt het bodemvocht behouden, maar mag niet rechtstreeks tegen de stam worden aangebracht.
Volledige verharding van de wortelzone is niet aangewezen. De bodem onder de kroon moet voldoende lucht en regenwater kunnen opnemen. Sterk verdichte grond beperkt de wortelontwikkeling en kan de conditie van de boom op lange termijn verminderen. Voorzie daarom een ruime, open boomspiegel en vermijd zware belasting van de bodem tijdens en na de aanplant. In een verharde omgeving is een zorgvuldig ontworpen groeiplaats noodzakelijk.
Beperk de snoei tot het begeleiden van een stabiele kroon. Verwijder beschadigde, kruisende of naar binnen groeiende takken bij voorkeur terwijl ze nog jong en dun zijn. De vrije stam wordt behouden door ongewenste scheuten en lage takken tijdig weg te nemen, zonder ineens een groot deel van de kroon te verwijderen. Grote snoeiwonden herstellen trager en worden daarom best vermeden. Bij oudere bomen laat u ingrijpende krooncorrecties uitvoeren door een vakman.