- Tous les produits
- Sierplanten
- Bomen
- Loofbomen
- PYRUS SALICIFOLIA 'PENDULA' BALIVEAU
- Loofbomen
De wilgbladige treurpeer (Pyrus salicifolia 'Pendula') combineert een brede treurvorm met smal, zilvergrijs blad. De afhangende takken geven de boom een losse kroonstructuur die voldoende ruimte nodig heeft om tot haar recht te komen. Een volwassen exemplaar wordt in Belgische omstandigheden doorgaans ongeveer 5 tot 7 meter hoog.
In april en mei verschijnen witte bloemen, vaak gelijktijdig met het uitlopen van het blad. Daarna kunnen kleine, harde peervruchten ontstaan. Deze hebben vooral sierwaarde en zijn niet te vergelijken met de vruchten van een eetpeer. De boom is bladverliezend.
Standplaats en bodem
Pyrus salicifolia 'Pendula' groeit het best in de zon. De boom verdraagt verschillende bodemsoorten, met een voorkeur voor een goed doorlatende, neutrale tot kalkhoudende grond. Na het inwortelen kan hij tijdelijke droge perioden verdragen, maar langdurig natte grond is minder geschikt.
Deze spilvorm heeft een doorgaande harttak en kan tijdens de verdere opkweek tot een boom met een duidelijke stam en kroon worden gevormd. Snoei blijft doorgaans beperkt tot het verwijderen van beschadigde, kruisende of ongewenst opgaande takken. Sterke snoei verstoort de natuurlijke treurvorm.
Een spil is een jonge boom met een doorgaande harttak en zijtakken langs de stam. Deze vorm is nog niet hetzelfde als een afgewerkte hoogstam met een volledig gevormde kroon. Tijdens de verdere opkweek kan worden bepaald vanaf welke hoogte de kroon zich mag ontwikkelen. Bind de harttak zo nodig aan een stevige steun en verwijder alleen takken die de gewenste stamopbouw hinderen.
Voorzie voldoende vrije ruimte rondom de boom. Pyrus salicifolia 'Pendula' vormt met de jaren een brede kroon met afhangende takken. Daardoor is hij minder geschikt voor een smalle doorgang of een plaats vlak naast een gevel. In een kleinere tuin kan de boom worden toegepast wanneer de kroon vrij kan uitgroeien en er geen intensief verkeer onder de laag afhangende takken nodig is.
De kleine peervruchten worden vooral als siervrucht beschouwd. Ze zijn hard en hebben niet de vruchtkwaliteit van gekweekte eetperen. Wie een boom zoekt voor de oogst van hand- of keukenperen, kiest daarom beter een fruitras. Bij deze cultivar liggen de belangrijkste sierkenmerken in de treurende kroon, het zilvergrijze blad en de witte voorjaarsbloei.
Een goed ingewortelde wilgbladige treurpeer verdraagt tijdelijke droogte redelijk goed. Jonge bomen moeten tijdens droge perioden wel regelmatig water krijgen, omdat hun wortelgestel nog onvoldoende ontwikkeld is. De bodem mag tussen gietbeurten licht opdrogen, maar mag niet langdurig uitdrogen. Een goed doorlatende bodem is belangrijker dan een voortdurend vochtige standplaats.
Behoud tijdens de opkweek één duidelijke harttak en verwijder concurrerende toppen wanneer die de stamvorming verstoren. Zodra de gewenste kroonopbouw is bereikt, blijft de snoei beperkt tot dood, beschadigd en kruisend hout. Snoei niet sterker dan nodig, want zware ingrepen veroorzaken vaak veel nieuwe opgaande scheuten en maken de natuurlijke treurvorm minder evenwichtig.