- Tous les produits
- Sierplanten
- Meerjarige vaste planten
- Vaste planten
- PULSATILLA VULGARIS 'PAPAGENO'
- Vaste planten
Wildemanskruid (Pulsatilla vulgaris 'Papageno') onderscheidt zich door zijn grote, halfgevulde bloemen met smalle, sterk gefranjerde bloembladen. De kleur is niet uniform: afhankelijk van de plant verschijnen witte, roze, rode, wijnrode of donkerpaarse bloemen. De bloei begint doorgaans in maart of april.
Het fijn ingesneden blad is bij het uitlopen zacht behaard en grijsgroen. Na de bloei ontwikkelen zich zilverachtige, pluizige zaadhoofdjes, die de plant ook later in het voorjaar herkenbaar houden. Met een hoogte van ongeveer 20 tot 30 cm blijft 'Papageno' laag en compact.
Standplaats en bodem
Deze vaste plant groeit het best in de volle zon op een luchtige, goed doorlatende bodem. Een stenige of kalkhoudende grond is geschikt, zolang overtollig water snel kan wegtrekken. Vooral tijdens de winter kan langdurig natte grond tot uitval leiden.
'Papageno' past goed in een rotstuin, een zonnige border of een pot met ruime drainage. Op droge grond is de plant bruikbaar zodra hij goed is ingeworteld. Snoei is niet nodig; laat de zaadhoofdjes staan wanneer hun zilverachtige winter- en voorjaarsbeeld gewenst is.
'Papageno' is geen volledig kleurvaste selectie. De bloemen kunnen wit, roze, rood, wijnrood of donkerpaars zijn, met verschillende tussentinten. Ook binnen één partij planten kan de kleur dus verschillen. Wie meerdere exemplaren samen plant, krijgt doorgaans een gemengd kleurbeeld. De halfgevulde, sterk gefranjerde bloemvorm is kenmerkender voor deze selectie dan één specifieke bloemkleur.
Langdurig natte grond is niet geschikt. Vooral in de winter vraagt wildemanskruid een bodem waarin regenwater snel kan wegzakken. Op zware kleigrond is aanplant alleen aangewezen wanneer de structuur en drainage voldoende worden verbeterd. Een verhoogde standplaats, een hellend vak of een stenige rotstuin beperkt het risico op wortelproblemen. Tijdelijke droogte wordt beter verdragen dan aanhoudende nattigheid.
Ja, mits de pot voldoende diep is en grote afvoergaten heeft. Gebruik een luchtig substraat dat niet langdurig nat blijft en zet de pot op een zonnige plaats. Laat tijdens natte winterperiodes geen water in een onderschotel staan. Een pot droogt sneller uit dan volle grond, waardoor tijdens droge voorjaarsweken wel gecontroleerd moet worden of de wortelkluit niet volledig uitdroogt.
Dat is niet nodig. Na de bloei ontstaan decoratieve, zilverachtige zaadhoofdjes die nog geruime tijd boven het fijne blad zichtbaar blijven. Wie deze pluizige zaadstanden waardeert, laat de uitgebloeide bloemen staan. Verwijderen kan wel wanneer uitzaaiing ongewenst is, maar zaailingen behouden niet noodzakelijk dezelfde bloemkleur als de oorspronkelijke plant.
De rijkste en meest compacte bloei ontstaat op een open, zonnige standplaats. De bodem mag droog tot matig vochtig zijn, maar moet altijd goed doorlatend blijven. Een stenige, lichte of kalkhoudende grond sluit goed aan bij de groeibehoefte. Op een te beschaduwde of voedselrijke plaats kan de groei losser worden en is de bloei doorgaans minder uitgesproken.