- Tous les produits
- Sierplanten
- Conifeer
- PINUS PARVIFLORA 'GLAUCA'
- Conifeer
Blauwgrijze naalden en een grillige kroon
De blauwe Japanse den (Pinus parviflora 'Glauca') onderscheidt zich door zijn opvallend blauwgrijze naalden. Ze staan met vijf bijeen, zijn licht gedraaid en concentreren zich aan de uiteinden van de twijgen. Zo ontstaan de kenmerkende, borstelachtige scheuttoppen.
Jonge bomen groeien doorgaans vrij smal. Later ontwikkelt de kroon zich breder, asymmetrischer en grilliger, waarbij de onderste takken licht kunnen doorhangen. Hangende kegels van ongeveer 5 tot 10 cm verschijnen soms al op jonge leeftijd. De aanvankelijk gladde, grijze schors wordt bij oudere bomen donkerder en schilfert geleidelijk af.
Deze wintergroene conifeer komt het best tot zijn recht als solitaire boom, met voldoende ruimte om zijn latere kroonvorm te ontwikkelen. Reken op termijn op een hoogte van meerdere meters; de uiteindelijke afmetingen hangen sterk af van bodem, standplaats en ouderdom.
Standplaats en verzorging
Plant Pinus parviflora 'Glauca' bij voorkeur in de zon en in een goed doorlatende bodem. Een voortdurend natte, slecht verluchte grond wordt beter vermeden. Eenmaal gevestigd verdraagt de boom wind behoorlijk goed en is hij goed winterhard in België.
Snoei is doorgaans niet nodig. De natuurlijke, onregelmatige vertakking bepaalt juist het karakter van deze cultivar. Geef hem daarom voldoende ruimte en verwijder alleen beschadigde of storende takken.
Nee. Pinus parviflora 'Glauca' groeit tijdens de eerste jaren vrij beheerst en blijft aanvankelijk relatief smal, maar ontwikkelt zich uiteindelijk tot een middelgrote boom. Afhankelijk van de standplaats en ouderdom kan hij ongeveer 5 tot 12 meter hoog worden en een brede kroon vormen. Voor een kleine tuin is hij alleen geschikt wanneer voldoende ruimte beschikbaar blijft en de boom niet door regelmatige snoei klein gehouden moet worden.
Jonge exemplaren hebben meestal een vrij smalle, opgaande groei. Naarmate de boom ouder wordt, verbreedt de kroon en ontstaat een asymmetrische, halfopen vorm. De takken groeien niet overal even regelmatig en de onderste takken kunnen licht doorhangen. Die ontwikkeling is kenmerkend voor deze cultivar. Houd daarom bij de aanplant rekening met de volwassen kroonbreedte en plaats de boom niet te dicht bij een gevel, perceelsgrens of andere grote beplanting.
Deze Japanse den groeit op verschillende bodemtypes, op voorwaarde dat de grond voldoende doorlatend is. Een bodem waarin water langdurig rond de wortels blijft staan, is minder geschikt. Op zware grond kan een luchtige bodemstructuur en een goede afwatering het verschil maken. Geef pas aangeplante bomen tijdens droge periodes tijdig water, maar voorkom dat de wortelzone voortdurend verzadigd blijft. Een zonnige, open standplaats ondersteunt een evenwichtige kroonontwikkeling.
Nee. Regelmatige snoei is doorgaans niet nodig en kan de natuurlijke, grillige kroonvorm verstoren. Beperk ingrepen tot het verwijderen van dode, beschadigde of kruisende takken. Snoei niet zonder duidelijke reden diep terug in ouder, kaal hout, omdat dennen daar minder betrouwbaar opnieuw uitlopen. Wanneer een beperkte vormcorrectie nodig is, gebeurt die het best geleidelijk en terwijl de boom nog jong is.
Hangende kegels kunnen al bij relatief jonge exemplaren verschijnen, wat deze cultivar extra herkenbaar maakt. Ze staan afzonderlijk of in kleine groepen en worden doorgaans ongeveer 5 tot 10 cm lang. Het precieze moment waarop een boom kegels vormt, hangt af van zijn leeftijd, ontwikkeling en standplaats. De kegels blijven enige tijd aan de takken en passen goed bij de blauwgrijze naalden en de onregelmatige kroonstructuur.