- Tous les produits
- Sierplanten
- Conifeer
- PINUS MUGO 'GNOM'
- Conifeer
Pinus mugo 'Gnom' onderscheidt zich door zijn dichte, bolronde groeiwijze. De korte, stugge naalden zijn donkergroen en blijven ook in de winter aan de plant. Door de sterke vertakking ontstaat een gesloten kroon die van nature regelmatig groeit.
Deze bergden groeit traag, maar is geen blijvend miniatuurconifeertje. Oude exemplaren kunnen na vele jaren ongeveer 3 tot 4 meter hoog en breed worden. Houd daarom meer ruimte vrij dan de bescheiden afmetingen van een jonge plant doen vermoeden. ‘Gnom’ kan solitair, in groepen, op een talud of in een ruime plantenbak worden toegepast.
Een zonnige standplaats geeft de dichtste groei. De bodem mag schraal zijn, maar moet voldoende doorlatend blijven. Langdurig natte of verdichte grond verhoogt de kans op wortelproblemen. De cultivar is goed winterhard in België en verdraagt wind behoorlijk goed.
Snoei is doorgaans niet nodig. Wie de groei verder wil beperken, kan in het voorjaar de jonge, nog zachte scheuten gedeeltelijk inkorten. Snoei niet terug tot in kaal, oud hout, omdat dennen daar moeilijk opnieuw uitlopen.
Pinus mugo 'Gnom' groeit traag, maar kan op lange termijn ongeveer 3 tot 4 meter hoog en breed worden. De cultivar blijft tijdens zijn eerste jaren compact en vrijwel bolrond, waardoor jonge planten vaak kleiner lijken te blijven dan uiteindelijk het geval is. Voorzie daarom voldoende ruimte rond de plant en baseer de standplaats niet uitsluitend op het formaat bij aankoop. In een ruime tuin kan ‘Gnom’ zich zonder regelmatige vormsnoei ontwikkelen; voor een kleine rotstuin kan de cultivar op zeer lange termijn te groot worden.
Ja, de trage groei en dichte kroon maken ‘Gnom’ bruikbaar voor een ruime plantenbak of daktuin. Een goede afwatering is daarbij noodzakelijk, want blijvend natte potgrond wordt slecht verdragen. Gebruik een stabiele bak met voldoende wortelruimte en voorkom dat afvoergaten verstopt raken. Planten in een bak zijn tijdens droge perioden afhankelijker van water dan exemplaren in volle grond. Houd ook rekening met de uiteindelijke omvang: na verloop van tijd kan verpotten of uitplanten nodig worden.
Deze bergden groeit op verschillende grondsoorten zolang overtollig water vlot kan wegtrekken. Een schrale zand- of leembodem vormt doorgaans geen probleem. Op zware kleigrond is een luchtige bodemstructuur belangrijk en moet stagnerend wintervocht worden vermeden. Een zeer voedselrijke bodem is niet nodig en kan een lossere groei veroorzaken. Kies bij voorkeur een zonnige, open plaats; daar blijft de vertakking het dichtst en behoudt de plant zijn kenmerkende bolronde vorm het best.
‘Gnom’ hoeft door zijn trage, regelmatige groei meestal niet gesnoeid te worden. Wanneer de plant compacter moet blijven, kunnen de jonge, nog zachte voorjaarsscheuten gedeeltelijk worden ingekort voordat ze volledig verhouten. Zo wordt de jaarlijkse groei beperkt zonder de natuurlijke vorm sterk te verstoren. Knip niet diep terug in oude, kale takdelen: dennen vormen daar doorgaans moeilijk nieuwe scheuten, waardoor blijvende open plekken kunnen ontstaan. Verwijder beschadigde takken afzonderlijk en behoud zo veel mogelijk groen aan de resterende scheut.
Ja, ‘Gnom’ is een wintergroene conifeer en behoudt zijn donkergroene naalden tijdens de winter. Dat betekent niet dat iedere naald permanent blijft zitten. Oudere naalden binnen in de kroon kunnen na enkele jaren vergelen en afvallen; dit is een normaal vernieuwingsproces. Wanneer vooral de jonge naalden of volledige scheuten bruin worden, kan er wel sprake zijn van droogtestress, beschadiging of een te natte bodem. Controleer in dat geval eerst de vochttoestand en afwatering rond de wortels.