- Tous les produits
- Sierplanten
- Sierstruiken
- Bladhoudend
- PHOTINIA FRASERI 'LITTLE RED ROBIN'
- Bladhoudend
Glansmispel (Photinia × fraseri 'Little Red Robin') onderscheidt zich van de grotere 'Red Robin' door zijn compactere groei en kleinere bladeren. De jonge scheuten lopen dieprood uit en verkleuren bij het afrijpen naar glanzend donkergroen. Door deze opeenvolgende groeischeuten blijft het kleurcontrast gedurende een groot deel van het groeiseizoen zichtbaar.
Deze cultivar wordt doorgaans ongeveer 80 tot 100 cm hoog. Hij kan worden gebruikt als compacte solitair, in groepsbeplanting of voor een lage, bladhoudende haag. Ook teelt in een ruime pot is mogelijk, mits overtollig water gemakkelijk kan weglopen.
Standplaats en verzorging
'Little Red Robin' groeit het best in de zon tot halfschaduw, op een humusrijke, matig vochtige en goed doorlatende bodem. Vermijd langdurig natte grond. Een beschutte plaats beschermt het wintergroene blad tegen koude, uitdrogende wind en strenge vorst.
Snoei is niet noodzakelijk, maar helpt om de struik dicht en compact te houden. Terugsnoeien tijdens het groeiseizoen stimuleert de vorming van nieuwe rode scheuten. Geef planten in pot regelmatig water en laat de kluit niet volledig uitdrogen.
'Little Red Robin' groeit duidelijk compacter en blijft lager dan de bekende 'Red Robin'. Ook het blad is kleiner. Waar 'Red Robin' kan uitgroeien tot een forse struik, blijft 'Little Red Robin' doorgaans rond 80 tot 100 cm hoog. Daardoor is deze cultivar beter bruikbaar voor lage hagen, kleinere plantvakken en potten. Beide cultivars lopen rood uit en krijgen later glanzend donkergroen blad. Regelmatig licht snoeien houdt 'Little Red Robin' dicht en stimuleert de vorming van nieuwe rode scheuten.
Ja. De compacte, bossige groei maakt 'Little Red Robin' geschikt voor een lage, bladhoudende haag. Kies bij voorkeur een zonnige tot halfschaduwrijke en beschutte plaats. De bodem moet voldoende vochthoudend maar goed doorlatend zijn. Door de planten tijdens het groeiseizoen licht te snoeien, vertakken ze dichter en ontstaan nieuwe rode scheuten. Op koude, open standplaatsen kan het blad tijdens strenge vorst of uitdrogende wind beschadigd raken. Voor een haag op zo'n locatie is een sterker winterhard alternatief verstandiger.
De kleurverandering is een normaal kenmerk van deze cultivar. Jonge bladeren en scheuten lopen dieprood uit en worden tijdens het afrijpen geleidelijk donkergroen. Het opvallende contrast ontstaat doordat jonge, rode groei naast ouder, groen blad staat. Een lichte snoeibeurt tijdens het groeiseizoen kan een nieuwe scheutvorming en daarmee een nieuwe rode bladkleur stimuleren. Vermijd zware snoei laat in het seizoen: jonge scheuten die onvoldoende zijn afgerijpt, kunnen gevoeliger zijn voor vroege vorst.
Ja, de beperkte groei maakt deze cultivar geschikt voor een ruime pot. Gebruik een pot met afvoergaten en een goed doorlatend substraat, want langdurig natte wortels worden slecht verdragen. Geef tijdens warme en droge perioden regelmatig water; planten in pot drogen sneller uit dan exemplaren in volle grond. Plaats de pot bij voorkeur beschut tegen koude oostenwind. Tijdens strengere vorst is bescherming van de pot en kluit aangewezen, omdat wortels in een pot sterker afkoelen dan in de volle grond.
Bruine bladranden of verdroogde scheuttoppen kunnen ontstaan na strenge vorst, koude wind of winterse uitdroging. Wacht tot in het voorjaar duidelijk zichtbaar is welke takdelen opnieuw uitlopen. Knip daarna afgestorven uiteinden terug tot op gezond hout. Geef bij droog voorjaarsweer voldoende water, zonder de bodem nat te houden. Een beschutte standplaats beperkt herhaling. Zwaar bemesten is niet nodig; een te sterke, late groei levert zachte scheuten op die gevoeliger kunnen zijn voor vorst.