- Tous les produits
- Sierplanten
- Bijenplanten
- PRUNUS PERSICA 'FRUTERIA' SCION D'UN AN
- Bijenplanten
Vruchten en oogst
Perzik ‘Fruteria’ vormt vrij grote vruchten van ongeveer 200 gram. De groene grondkleur krijgt bij rijping een rode blos. Het groenwitte vruchtvlees is sappig, vrij zacht en nauwelijks draderig. De steen laat gemakkelijk los, wat de vruchten ook geschikt maakt voor verwerking.
De smaak is eerder licht zuur dan uitgesproken zoet, met een herkenbaar perzikaroma. In Belgische omstandigheden valt de oogst doorgaans rond midden augustus. De precieze rijptijd verschuift naargelang de standplaats en het zomerweer. Rijpe perziken zijn drukgevoelig en worden daarom voorzichtig geplukt zodra het vruchtvlees zachter wordt.
Gezondheid en groei
‘Fruteria’ is vooral interessant door zijn geringe gevoeligheid voor krulziekte. Ook bij dit ras kan aantasting niet volledig worden uitgesloten, maar het blijft doorgaans duidelijk gezonder dan gevoelige perzikrassen. Een zonnige, luchtige en tegen koude wind beschutte standplaats ondersteunt zowel de boomgezondheid als de rijping van de vruchten.
De boom groeit middelsterk en bloeit in het vroege voorjaar met grote, lichtroze bloemen. ‘Fruteria’ is zelfbestuivend, zodat één boom vruchten kan dragen. Bij koud of nat weer tijdens de bloei kan de vruchtzetting wel beperkter zijn.
Plant deze perzik in een voedzame, goed doorlatende bodem die tijdens de vruchtontwikkeling niet volledig uitdroogt. Langdurig natte grond is ongeschikt. Perziken dragen op eenjarig hout; geregeld verjongen voorkomt dat de productie steeds verder naar de buitenkant van de kroon verschuift. Snoei bij voorkeur rond of kort na de bloei en behoud voldoende jonge vruchttakken.
| Emplacement | Soleil, Mi-ombre |
| Période de floraison | Mars, Avril |
| Couleur des fleurs | Rose |
| Vitesse de croissance | Moyen |
Nee, volledige resistentie kan niet worden gegarandeerd. ‘Fruteria’ staat wel bekend om zijn geringe gevoeligheid en blijft doorgaans duidelijk gezonder dan veel klassieke perzikrassen. De ziektedruk hangt mede af van het weer: koel en langdurig nat voorjaarsweer bevordert aantasting. Een zonnige, luchtige standplaats en beschutting tegen veel slagregen helpen de infectiedruk te beperken. Aangetaste bladeren kunnen worden verwijderd, maar voorkom dat de boom hierdoor tijdens droge perioden verzwakt.
De vruchten rijpen in België doorgaans rond midden augustus. Op een warme, beschutte standplaats kan de oogst vroeger beginnen, terwijl een koele zomer de rijping vertraagt. Kijk daarom niet alleen naar de kalender. Een rijpe vrucht heeft zijn kenmerkende rode blos, geeft licht mee bij voorzichtige druk en laat zich zonder kracht van de tak nemen. Pluk in meerdere beurten, omdat niet alle vruchten gelijktijdig rijpen. Behandel ze voorzichtig: het zachte vruchtvlees is gevoelig voor kneuzingen.
Nee. ‘Fruteria’ is zelfbestuivend en kan als alleenstaande boom vruchten vormen. Insectenbezoek blijft belangrijk om het stuifmeel tussen de bloemen te verplaatsen. Tijdens een koud, nat of winderig voorjaar zijn bestuivers minder actief, waardoor de vruchtzetting kan tegenvallen. Een beschutte plaats waar de bloemen in het voorjaar voldoende zon krijgen, ondersteunt de bestuiving. Late nachtvorst kan eveneens bloemen beschadigen en zo de oogst verminderen, ook wanneer de boom zelf goed is aangeslagen.
‘Fruteria’ heeft sappig, vrij zacht en nauwelijks draderig vruchtvlees met een licht zure smaak en een duidelijk perzikaroma. Het ras is minder uitgesproken zoet dan veel moderne dessertperziken. De steen komt gemakkelijk los van het groenwitte vruchtvlees. Daardoor zijn de vruchten zowel vers te gebruiken als praktisch te verwerken. De uiteindelijke smaak hangt mee af van voldoende zon en volledige rijping aan de boom; te vroeg geplukte vruchten ontwikkelen minder aroma.
‘Fruteria’ draagt, zoals andere perziken, voornamelijk vruchten op scheuten die het voorgaande groeiseizoen zijn gevormd. Behoud daarom voldoende krachtig eenjarig hout en verwijder geregeld ouder, kaal wordend vruchthout. Snoei bij voorkeur rond of kort na de bloei, bij droog weer. Dun ook kruisende en naar binnen groeiende takken uit, zodat licht en lucht in de kroon komen. Vermijd zware wintersnoei: die vergroot de kans op vorstschade en kan een sterke, moeilijk beheersbare hergroei veroorzaken.