- Tous les produits
- Sierplanten
- Meerjarige vaste planten
- Siergrassen
- PENNISETUM ALOPECUROIDES 'REDHEAD'
- Siergrassen
Grote roodzwarte bloeiaren
Lampenpoetsersgras (Pennisetum alopecuroides 'Redhead') onderscheidt zich door zijn grote, donkerrode tot roodzwarte bloeiaren. Ze verschijnen vanaf de zomer en blijven tot in het najaar boven het groene blad staan. De aren bereiken een hoogte van ongeveer 1 meter; de bladpol zelf blijft duidelijk lager.
'Redhead' vormt een forse, brede pol en vraagt daardoor meer ruimte dan compact groeiende cultivars. Het gras breidt zich geleidelijk in de breedte uit, maar vormt geen woekerende uitlopers. Het komt goed tot zijn recht als solitair siergras of in een ruim plantvak.
Standplaats en onderhoud
Plant deze cultivar bij voorkeur in de zon, in een goed doorlatende bodem. Halfschaduw wordt verdragen, maar voldoende zon en warmte ondersteunen een goede ontwikkeling van de bloeiaren. Vermijd langdurig natte wintergrond, omdat stilstaand vocht de pol kan verzwakken.
Het afgestorven blad en de oude aren mogen tijdens de winter blijven staan. Ze beschermen het hart van de plant en behouden enige structuur in de border. Knip de volledige pol aan het einde van de winter of vroeg in het voorjaar terug voordat de nieuwe groei begint.
De bloeiaren van Pennisetum alopecuroides 'Redhead' worden ongeveer 1 meter hoog. Het groene blad blijft doorgaans lager, waardoor de donkere aren duidelijk boven de pol uitsteken. Deze cultivar groeit forser dan verschillende compacte vormen van lampenpoetsersgras. Geef hem daarom voldoende plaats in de border en zet hem niet te dicht tegen lage, zwak groeiende vaste planten.
Nee. 'Redhead' is niet wintergroen: het blad en de bloemstengels verdrogen in het najaar. De afgestorven pol kan tijdens de winter blijven staan en behoudt dan structuur, vooral bij droog weer of rijp. Laat het oude loof bij voorkeur tot het einde van de winter staan. Knip de pol daarna laag terug voordat de nieuwe scheuten verschijnen.
Langdurig natte grond is niet geschikt voor deze cultivar, vooral niet tijdens de winter. Kies een bodem waarin overtollig water gemakkelijk wegzakt. Op zware grond kan een verbeterde afwatering nodig zijn. Een goed ingewortelde plant verdraagt tijdelijke droge perioden beter dan aanhoudend natte omstandigheden. Geef na de aanplant wel regelmatig water totdat de pol goed gevestigd is.
Knip het afgestorven blad en de oude bloemstengels aan het einde van de winter of vroeg in het voorjaar terug. Doe dit voordat de jonge scheuten duidelijk beginnen uit te lopen, zodat die niet beschadigd raken. Snoei de pol niet al in het najaar: het oude loof geeft tijdens de winter enige bescherming aan het hart van de plant en behoudt bovendien zijn vorm in de border.
Deze cultivar ontwikkelt zijn bloeiaren het best op een warme, zonnige standplaats. In halfschaduw kan hij nog groeien, maar bij te weinig licht blijft de bloei doorgaans beperkter en kan de pol losser worden. Ook een koude standplaats of langdurig natte bodem kan de ontwikkeling afremmen. Kies daarom bij voorkeur een open plek met voldoende zon en goed doorlatende grond.