- Tous les produits
- Sierplanten
- Bomen
- Loofbomen
- PARROTIA PERSICA 'BELLA'
- Loofbomen
Perzisch ijzerhout Parrotia persica 'Bella' groeit duidelijk opgaander dan de doorgaans breed uitgroeiende soort. De kroon is ovaal tot omgekeerd eirond, enigszins grillig en halfopen. Na ongeveer tien jaar kan de boom circa 6 meter hoog zijn; op langere termijn is een hoogte van 8 tot 10 meter en een breedte van 3 tot 5 meter mogelijk.
Het glanzende, donkergroene blad krijgt in de herfst een opvallende mengeling van geel, oranje, rood en purper. De precieze kleur verschilt naargelang de standplaats en de weersomstandigheden. In februari en maart verschijnen kleine rode bloemen in bundels op de nog kale takken.
Ook buiten het groeiseizoen behoudt 'Bella' sierwaarde. De lichtgrijze bast van oudere stammen en takken ontwikkelt bruine tot paarsbruine vlekken, die vooral na de bladval goed zichtbaar zijn.
Plant deze boom in de zon of halfschaduw, bij voorkeur op een voedzame, vochthoudende maar goed doorlatende bodem. Een zonnige standplaats bevordert doorgaans de herfstverkleuring. 'Bella' is goed winterhard in België en verdraagt wind, maar blijvend natte grond wordt best vermeden. Door de opgaande kroon past deze cultivar beter in een beperkte ruimte dan breed uitgroeiende vormen van Parrotia persica, al blijft voldoende plaats voor een middelgrote boom noodzakelijk.
'Bella' kan na ongeveer tien jaar circa 6 meter hoog zijn. Uiteindelijk is een hoogte van 8 tot 10 meter en een kroonbreedte van ongeveer 3 tot 5 meter mogelijk. De uiteindelijke afmetingen hangen af van de bodem, standplaats en beschikbare groeiruimte. De kroon groeit opgaander dan die van de botanische soort, maar dit blijft een middelgrote boom. Voor een kleine stadstuin is de cultivar daarom alleen geschikt wanneer er voldoende ruimte boven en rondom de kroon beschikbaar blijft.
Het belangrijkste verschil is de groeiwijze. De gewone Parrotia persica vormt vaak een brede, spreidende kroon, terwijl 'Bella' meer opgaand en boomvormend groeit. De kroon is ovaal tot omgekeerd eirond en blijft naar verhouding smaller. Daardoor is deze cultivar eenvoudiger toe te passen waar de beschikbare breedte beperkt is. De vroege rode bloei, de gevlekte bast en de meerkleurige herfsttooi blijven behouden. Houd ondanks de smallere groei rekening met een uiteindelijke kroonbreedte van enkele meters.
De kleine rode bloemen verschijnen doorgaans in februari en maart, vóór het uitlopen van het blad. Ze staan in compacte bundels rechtstreeks op de kale twijgen en zijn minder opvallend dan de latere herfstkleur. De exacte bloeitijd verschuift enigszins met het winterweer: na een zachte winter kan de bloei vroeger beginnen, terwijl aanhoudende koude ze vertraagt. De bloemen worden gevolgd door kleine, gehoornde doosvruchten van ongeveer één centimeter.
Het donkergroene blad kan in de herfst geel, oranje, rood en purper verkleuren. Meerdere kleuren komen vaak tegelijk in de kroon voor. De intensiteit en onderlinge verhouding variëren per jaar en worden beïnvloed door licht, temperatuur en bodemvocht. Op een zonnige standplaats is de verkleuring doorgaans het krachtigst. Langdurige droogte kan vervroegde bladval veroorzaken, terwijl een zeer beschaduwde plaats meestal een minder uitgesproken herfsttooi geeft.
Ja. Bij oudere exemplaren ontwikkelt de lichtgrijze bast een gevlekt patroon met bruine tot paarsbruine zones. Dit kenmerk wordt geleidelijk duidelijker naarmate stam en gesteltakken dikker worden. Jonge bomen hebben daarom nog niet onmiddellijk hetzelfde uitgesproken winterbeeld. Na de bladval komt de bast het best tot zijn recht. De combinatie van een halfopen kroon, grillige takstand en gevlekte schors geeft volwassen exemplaren ook buiten het groeiseizoen een herkenbaar karakter.