- Tous les produits
- Sierplanten
- Bodembedekkers
- PACHYSANDRA TERMINALIS
- Bodembedekkers
Wintergroene bodembedekker voor schaduwrijke plaatsen
Schaduwkruid (Pachysandra terminalis) vormt een lage begroeiing van glanzende, donkergroene bladeren. De plant breidt zich uit via ondergrondse uitlopers en groeit daardoor geleidelijk uit tot een gesloten plantvak. In het voorjaar verschijnen kleine witte bloemen tussen het jonge blad.
Deze bodembedekker groeit het best in halfschaduw of schaduw. Een humusrijke, voldoende vochthoudende maar goed doorlatende bodem geeft de beste resultaten. Op droge grond onder bomen kan de ontwikkeling trager verlopen door concurrentie van boomwortels. Kalkrijke grond en langdurig natte standplaatsen zijn minder geschikt.
In volle zon kan het blad verbleken of geelachtig verkleuren, vooral wanneer de bodem tegelijk droog wordt. Snoei is doorgaans niet nodig. Beschadigd blad en uitlopers die buiten het plantvak groeien, kunnen in het voorjaar worden weggeknipt.
| Emplacement | Mi-ombre, Ombre |
| Période de floraison | Mars, Avril, Mai, Juin |
| Convient pour | Jardin sur toit |
| Persistant | Oui |
| Couleur des fleurs | Blanc |
| Vitesse de croissance | Moyen |
| Convient comme | Couvre-sol |
| Caractéristique | Couvre-sol rampant |
Ja, Pachysandra terminalis is bruikbaar als onderbeplanting van bomen en heesters, vooral op plaatsen met halfschaduw of schaduw. Onder bomen is de bodem echter vaak droger dan hij lijkt. Door concurrentie van boomwortels kan de bodembedekker daar trager sluiten. Verbeter arme grond met organisch materiaal en geef tijdens droge perioden water zolang de planten nog niet goed zijn ingeworteld.
Geel of bleek blad kan ontstaan door te veel rechtstreeks zonlicht, droogte of een ongeschikte bodem. Ook op kalkrijke grond kan de bladkleur achteruitgaan. Kies bij voorkeur een halfschaduwrijke tot schaduwrijke plaats met humusrijke, licht vochtige en goed doorlatende grond. Controleer eveneens of er geen water rond de wortels blijft staan, want langdurig natte grond belemmert een gezonde groei.
Volle zon is niet de beste standplaats voor Pachysandra terminalis. Vooral felle middagzon kan het donkergroene blad doen verbleken en verhoogt de kans op uitdroging. Ochtendzon wordt doorgaans beter verdragen wanneer de bodem voldoende vochtig blijft. Voor een gelijkmatige, donkergroene begroeiing geeft halfschaduw of schaduw meestal het betrouwbaarste resultaat.
Pachysandra terminalis verspreidt zich met ondergrondse uitlopers. Vanuit de aangeplante exemplaren ontstaan nieuwe scheuten, waardoor de open ruimte geleidelijk wordt opgevuld. De snelheid waarmee het plantvak sluit, hangt af van de plantafstand, bodemkwaliteit, vochtvoorziening en hoeveelheid schaduw. Uitlopers die buiten het gewenste vak groeien, kunnen eenvoudig worden afgestoken of weggeknipt.
Regelmatige snoei is niet nodig. Verwijder in het voorjaar eventueel beschadigd of bruin geworden blad en knip uitlopers terug die over paden of buiten het plantvak groeien. Een verouderde begroeiing kan voorzichtig worden teruggenomen om de vorm te herstellen. Vermijd diep schoffelen tussen de planten, omdat daarbij de oppervlakkige uitlopers gemakkelijk beschadigd raken.