- Tous les produits
- Sierplanten
- Bomen
- Loofbomen
- OSTRYA CARPINIFOLIA HAUT-TIGE
- Loofbomen
Europese hopbeuk als hoogstam
De Europese hopbeuk (Ostrya carpinifolia) vormt een dicht vertakte kroon die aanvankelijk breed kegelvormig groeit en later ronder wordt. Als hoogstam begint de kroon boven een kale stam van 2,20 m. De boom groeit traag tot middelmatig en bereikt in Belgische omstandigheden doorgaans ongeveer 12 tot 15 m hoogte; op gunstige locaties kan hij hoger worden.
Het groene, gezaagde blad lijkt op dat van een haagbeuk en verkleurt in de herfst geel. Na de weinig opvallende voorjaarsbloei ontstaan lichtgroene vruchtkatjes. Deze hangen in losse bundels aan de takken en lijken op hopbellen. Ook de grijsbruine, op latere leeftijd gegroefde en schilferende schors draagt bij aan het winterbeeld.
Standplaats en toepassing
Ostrya carpinifolia groeit goed in de zon en verdraagt ook halfschaduw. De boom stelt geen hoge eisen aan de grondsoort, zolang de bodem voldoende doorlatend is. Eenmaal goed ingeworteld kan hij tijdelijke droogte en warmte verdragen. Langdurig natte of sterk verdichte grond is minder geschikt.
Door zijn windbestendigheid en stevige kroon kan de Europese hopbeuk worden gebruikt als solitaire tuinboom, laanboom of parkboom. Houd rekening met de uiteindelijke kroonbreedte en plant hem niet te dicht bij gebouwen of perceelsgrenzen. De soort is goed winterhard in België en verliest zijn blad in het najaar.
| Convient pour | Arbre ou plante solitaire, Haute-tige |
| Emplacement | Soleil, Mi-ombre, Convient aux sols secs |
| Caractéristique | Coloration automnale remarquable, Fruits décoratifs, Tolère le vent |
| Vitesse de croissance | Moyen |
Een Europese hopbeuk wordt in Belgische tuinen doorgaans ongeveer 12 tot 15 m hoog en kan op een gunstige standplaats nog hoger worden. De kroon groeit aanvankelijk breed kegelvormig en wordt later ronder en breder. Daardoor is deze hoogstam vooral geschikt voor een ruime tuin, laan of park. Voorzie voldoende afstand tot gebouwen, perceelsgrenzen en andere grote bomen. De stamhoogte van de hoogstamvorm bedraagt 2,20 m; dit is de hoogte van de kale stam tot aan het begin van de kroon en niet de totale boomhoogte.
Ja, Ostrya carpinifolia verdraagt droge perioden behoorlijk goed zodra de boom volledig is ingeworteld. Vooral op een zonnige, warme plaats en in een doorlatende bodem komt deze eigenschap tot haar recht. Een pas geplante hoogstam heeft tijdens droge perioden wel regelmatig water nodig, omdat het wortelgestel nog onvoldoende ontwikkeld is. Zeer arme zandgrond kan met organisch materiaal worden verbeterd om vocht en voedingsstoffen beter vast te houden. Vermijd vooral langdurig natte grond, want stilstaand water rond de wortels wordt minder goed verdragen.
De Europese hopbeuk vormt losse bundels met kleine nootjes, omgeven door lichtgroene schutbladen. Ze lijken vanop afstand op hopbellen en behoren tot de herkenbaarste sierkenmerken van de soort. De vruchtbundels zijn relatief licht en geven doorgaans minder zware vruchtenval dan kastanjes of walnoten. Onder een volwassen boom kan in het najaar wel wat opruimwerk nodig zijn. Voor een plaats direct boven een intensief gebruikt terras kan dat een aandachtspunt zijn, maar in een gazon, beplantingsvak of ruime voortuin is de vruchtval meestal goed beheersbaar.
Ostrya carpinifolia heeft van nature een stevige kroon en vraagt na de begeleidingssnoei weinig onderhoud. Bij een jonge hoogstam worden concurrerende toppen, kruisende takken en ongewenste scheuten op de stam verwijderd om een evenwichtige kroon op te bouwen. Bij een volwassen boom blijft de snoei meestal beperkt tot dood, beschadigd of hinderlijk hout. Zware periodieke snoei is niet nodig en kan de natuurlijke kroonvorm verstoren. Controleer wel tijdig of laag doorhangende takken problemen veroorzaken boven een oprit of doorgang, zodat correcties kunnen gebeuren voordat de takken te dik worden.
De Europese hopbeuk kan op klei groeien wanneer de bodem voldoende luchtig en doorlatend blijft. Op zware, dichtgeslagen klei met langdurig stilstaand water is de soort minder geschikt. Maak bij de aanplant een ruime zone los, maar voorkom dat uitsluitend het plantgat wordt gevuld met sterk afwijkende potgrond; dat kan water vasthouden rond de wortelkluit. Op verdichte grond is een structurele bodemverbetering belangrijker dan een diep plantgat. Plant de wortelkluit niet te diep en geef tijdens de eerste groeiseizoenen gericht water, ook wanneer de boom later behoorlijk droogtetolerant is.