- Tous les produits
- Sierplanten
- Sierstruiken
- Bladhoudend
- OLEA EUROPAEA
- Bladhoudend
De olijfboom (Olea europaea) vormt een dicht vertakte, vaak grillige kroon. Het smalle, leerachtige blad is donkergroen tot grijsgroen aan de bovenzijde en zilvergrijs aan de onderzijde. Oudere exemplaren ontwikkelen een gegroefde, zilvergrijze schors.
In de zomer kunnen kleine geelwitte, licht geurende bloemen verschijnen. Vruchtvorming is in het Belgische klimaat niet verzekerd: daarvoor zijn voldoende warmte, zon en een lang groeiseizoen nodig. Eventuele olijven zijn niet geschikt om rechtstreeks van de boom te eten en moeten eerst worden verwerkt.
Standplaats en winterbescherming
Plant een olijfboom in volle zon, bij voorkeur op een warme en beschutte plaats. De bodem moet zeer goed doorlatend zijn. Eenmaal ingeworteld verdraagt de boom droge perioden, maar stilstaand water rond de wortels verhoogt de kans op wortelschade.
Olea europaea is slechts beperkt winterhard in België. Vooral jonge planten, exemplaren in pot en bomen op een natte of onbeschutte standplaats zijn gevoelig voor vorst. Een ruime kuip maakt het mogelijk de plant tijdens streng winterweer koel, licht en vorstvrij te zetten. In volle grond is een beschut microklimaat noodzakelijk en blijft schade tijdens koude winters mogelijk.
Snoei is vooral bedoeld om beschadigde takken te verwijderen of een te dichte kroon uit te dunnen. Voer dit bij voorkeur uit in het voorjaar, nadat het risico op strenge vorst grotendeels voorbij is.
Dat kan alleen op een warme, beschutte plaats met een zeer goed doorlatende bodem. De olijfboom is beperkt winterhard en kan tijdens langdurige of strenge vorst blad-, tak- of wortelschade oplopen. Jonge bomen zijn het kwetsbaarst. Een plek tegen een zonnige muur biedt meer bescherming dan een open standplaats. Op koude, natte of windrijke locaties is teelt in een ruime kuip veiliger, zodat de plant bij streng winterweer koel, licht en vorstvrij kan overwinteren.
Hoewel de olijfboom wintergroen is, kan hij na vorst, langdurig natte wortels of een plotselinge verandering van standplaats toch blad verliezen. Ook een donkere en te warme overwinteringsplaats veroorzaakt geregeld bladval. Controleer eerst of overtollig water gemakkelijk kan weglopen. Zet een kuipplant tijdens de winter zo licht en koel mogelijk en geef beperkt water. Als het hout onder de bast nog groen is, kan de boom in het voorjaar opnieuw uitlopen.
Vruchtvorming is mogelijk, maar niet betrouwbaar. De boom heeft veel zon, warmte en een lang groeiseizoen nodig om na de zomerbloei vruchten te ontwikkelen en te laten rijpen. Een warme, beschutte standplaats verhoogt de kans, terwijl koele zomers de vruchtzetting en rijping beperken. Eventuele olijven zijn bovendien niet rechtstreeks eetbaar door hun sterke bitterheid. Ze moeten eerst volgens een geschikte methode worden ontbitterd en verwerkt.
De olijfboom verlangt een luchtige, zeer goed doorlatende bodem. Zandige of stenige grond is doorgaans geschikter dan zware grond waarin water lang blijft staan. Op kleigrond is een verhoogde plantplaats met verbeterde afwatering aangewezen. Gebruik in een kuip een drainerend substraat en zorg voor voldoende afvoergaten. Laat geen water in een onderschaal staan. Tijdelijke droogte wordt na het inwortelen beter verdragen dan aanhoudend natte wortels.
Snoei bij voorkeur in het voorjaar, wanneer het risico op strenge vorst grotendeels voorbij is. Verwijder eerst dood of door vorst beschadigd hout. Daarna kunnen kruisende takken en enkele naar binnen groeiende scheuten worden weggenomen om licht en lucht in de kroon te brengen. Sterke snoei is meestal niet nodig en kan ten koste gaan van bloei en vruchtvorming. Wacht bij mogelijke vorstschade tot duidelijk zichtbaar is welke takdelen opnieuw uitlopen.