- Tous les produits
- Sierplanten
- Meerjarige vaste planten
- Vaste planten
- NEPETA FAASSENII
- Vaste planten
Kattenkruid (Nepeta × faassenii) vormt lage, breed uitgroeiende pollen met grijsgroen, aromatisch blad. De talrijke blauwpaarse lipbloemen verschijnen vanaf het late voorjaar of de vroege zomer. Na de eerste bloeigolf kan de plant worden teruggeknipt; hij loopt vervolgens opnieuw uit en kan tot in september herbloeien.
Deze vaste plant groeit het best in de zon en op goed doorlatende grond. Eenmaal ingeworteld verdraagt hij droge periodes behoorlijk goed. Langdurig natte grond is minder geschikt en kan de groei verzwakken. Door zijn lage, losse groei past kattenkruid vooraan in een border, langs een pad of in grotere groepen.
De bloemen worden bezocht door bijen en andere bestuivende insecten. Het blad en de stengels sterven tijdens de winter bovengronds af. Knip de oude plantendelen in het vroege voorjaar weg, voordat de nieuwe groei begint.
Ja. Knip de uitgebloeide stengels na de eerste bloeigolf terug om nieuwe, compacte groei te stimuleren. Bij voldoende licht en wanneer de grond niet volledig uitdroogt, volgt doorgaans een tweede bloei die tot in september kan aanhouden. De precieze bloeiduur hangt af van het weer en de standplaats. Geef na het snoeien water wanneer de bodem erg droog is, maar vermijd dat de wortels langdurig nat blijven. Zonder deze snoeibeurt blijft de plant groeien, maar wordt hij vaak losser en is de latere bloei minder rijk.
Ja, mits de grond niet volledig voedselarm is en jonge planten tijdens het inwortelen voldoende water krijgen. Een gevestigd exemplaar verdraagt droge periodes behoorlijk goed. Op zeer schrale zandgrond kan wat compost bij de aanplant het vochtvasthoudend vermogen verbeteren. Gebruik geen zware bemesting: een te voedselrijke bodem geeft vaak slappere groei en minder compacte pollen. De combinatie van zon en een goed doorlatende bodem is belangrijker dan een hoge voedselrijkdom. Tijdens uitzonderlijk lange droogte blijft extra water aangewezen.
Kattenkruid verlangt luchtige grond waarin overtollig water gemakkelijk wegzakt. In langdurig natte of verdichte bodem krijgen de wortels te weinig zuurstof, waardoor de plant zwakker groeit en gevoeliger wordt voor wortelproblemen. Vooral natte wintergrond is ongunstig. Verbeter zware grond vóór het planten met organisch materiaal en zorg dat het plantvak niet lager ligt dan de omgeving. Blijft een plaats structureel nat, dan is een verhoogd plantvak of een andere vaste plant een betrouwbaardere keuze.
Sommige katten reageren op de aromatische geur van het blad, maar niet ieder dier toont dezelfde belangstelling. De reactie kan ook minder uitgesproken zijn dan bij echt kattenkruid (Nepeta cataria). Katten kunnen in jonge planten rollen of erop gaan liggen, waardoor pas aangeplante pollen beschadigd raken. Bescherm de plant zo nodig tijdelijk met een laag, open gaasje totdat hij goed is ingeworteld. De geur is dus geen garantie dat katten worden aangetrokken, maar bij gevoelige dieren is enige belangstelling mogelijk.
Nee. Nepeta × faassenii is het grijze kattenkruid dat vooral als lage, langbloeiende sierplant wordt gebruikt. Echt kattenkruid is Nepeta cataria, een andere soort met een hogere en lossere groei. Beide hebben aromatisch blad en kunnen belangstelling van katten opwekken, maar ze verschillen duidelijk in uiterlijk en tuintoepassing. Nepeta × faassenii wordt vooral geplant langs borders en paden, waar zijn brede pollen en langdurige blauwpaarse bloei tot hun recht komen.