- Tous les produits
- Sierplanten
- Bomen
- Loofbomen
- MALUS 'INDIAN MAGIC' DEMI-TIGE
- Loofbomen
Sierappel Malus 'Indian Magic' bloeit in april en mei met roze tot lilaroze bloemen. Na de bloei ontstaan kleine, geeloranje sierappeltjes die de boom ook na de bloeiperiode kleur geven.
Groei en toepassing
De kroon groeit aanvankelijk vrij opgaand en wordt met de jaren breder. Een volwassen exemplaar kan ongeveer 5 tot 6 meter hoog worden, afhankelijk van de onderstam, bodem en groeiomstandigheden. Voorzie daarom voldoende ruimte voor de kroon.
Bij deze halfstam begint de kroon boven een kale stam van 1,20 tot 1,30 meter. Hierdoor komt de bloei goed boven lage heesters en vaste planten uit. De vorm is geschikt als vrijstaande sierboom in een tuin of ruime border.
Standplaats en bodem
'Indian Magic' groeit het best in de zon tot halfschaduw. Kies een voedzame, humusrijke bodem die voldoende vocht vasthoudt maar goed afwatert. Langdurig natte grond is minder geschikt. Snoei is doorgaans beperkt tot het verwijderen van dood, beschadigd of kruisend hout.
Een volwassen Malus 'Indian Magic' kan ongeveer 5 tot 6 meter hoog worden. De uiteindelijke afmetingen hangen mee af van de onderstam, bodem en groeiomstandigheden. Halfstam verwijst uitsluitend naar de kale stam van 1,20 tot 1,30 meter en niet naar de totale boomhoogte. De kroon begint boven die stam en wordt op termijn breder, zodat voldoende vrije ruimte rond de boom nodig blijft.
De bloemen zijn roze tot lilaroze en verschijnen doorgaans in april en mei. De precieze bloeiperiode kan enkele weken verschuiven door het voorjaarsweer en de standplaats. Op een zonnige plaats ontwikkelt de boom meestal de duidelijkste bloei. De bloemen worden gevolgd door kleine geeloranje sierappeltjes, waardoor de cultivar na de voorjaarsbloei opnieuw een ander kleuraccent krijgt.
Nee. 'Indian Magic' vormt kleine, appelvormige siervruchten die vooral om hun geeloranje kleur worden gewaardeerd. Het is geen fruitras dat gekozen wordt voor grote handappels. De vruchtjes ontwikkelen zich na de bloei en zorgen later in het seizoen voor sierwaarde. De hoeveelheid kan per jaar verschillen, onder meer door het weer tijdens de bloei en de aanwezigheid van bestuivende insecten.
Plant deze sierappel bij voorkeur in de zon of halfschaduw, op een voedzame en goed doorlatende bodem. Een grond die matig vochthoudend is maar niet langdurig nat blijft, geeft de beste uitgangspositie. Voorzie voldoende ruimte voor de kroon, die met de jaren breder wordt. Door de stamhoogte van 1,20 tot 1,30 meter kan onder de kroon lage beplanting worden toegepast.
Regelmatige sterke snoei is doorgaans niet nodig. Verwijder vooral dood, beschadigd en kruisend hout en behoud daarbij de natuurlijke kroonvorm. Grote correcties worden beter vermeden, omdat ze een sterke hergroei kunnen veroorzaken. Controleer bij jonge bomen ook of concurrerende rechtopgaande scheuten ontstaan. Gebruik steeds proper en scherp snoeigereedschap en snoei niet tijdens vorstperioden of langdurig nat weer.