- Tous les produits
- Sierplanten
- Sierstruiken
- Bladhoudend
- MAHONIA AQUIFOLIUM 'APOLLO'
- Bladhoudend
Mahonia aquifolium 'Apollo' is een compacte, dicht vertakte mahoniestruik die doorgaans 60 tot 100 cm hoog wordt. Het glanzende, donkergroene blad heeft stekelige bladranden en blijft in de winter aan de plant. Onder invloed van koude en zon kan het blad dan purperrode tot bronsrode tinten aannemen.
De goudgele bloemen staan in compacte trossen en verschijnen doorgaans in maart en april. Ze leveren vroeg in het voorjaar voedsel voor actieve insecten. Na bestuiving kunnen blauwzwarte bessen ontstaan, die extra sierwaarde geven.
'Apollo' groeit in zon, halfschaduw en schaduw. In halfschaduw blijft het blad doorgaans het fraaist. Een zonnige standplaats is mogelijk wanneer de bodem niet langdurig uitdroogt. Kies bij voorkeur een humusrijke, goed doorlatende grond die voldoende vochthoudend is. Langdurig natte of sterk verdichte grond wordt minder goed verdragen.
De compacte groei maakt deze cultivar bruikbaar in kleinere beplantingsvakken, langs een schaduwrijke tuingrens of tussen andere heesters. Snoei is meestal niet nodig. Uitstekende of beschadigde takken kunnen na de bloei worden verwijderd.
Mahonia aquifolium 'Apollo' wordt doorgaans ongeveer 60 tot 100 cm hoog en ontwikkelt een compacte, bossige groeiwijze. De uiteindelijke omvang hangt mee af van de bodem, lichtinval en beschikbare ruimte. Door zijn beperkte hoogte past deze cultivar beter in kleine beplantingsvakken dan sterker groeiende mahonia's. Houd bij het planten voldoende ruimte vrij zodat de stekelige bladeren niet over een smal pad hangen.
Ja. 'Apollo' groeit zowel in halfschaduw als in schaduw en kan daardoor onder open boomkronen of aan een schaduwrijke tuingrens worden gebruikt. In diepe schaduw kan de bloei minder rijk zijn. Op een zonnigere plaats bloeit de struik doorgaans beter, maar daar moet de bodem voldoende vochthoudend blijven. Een standplaats met halfschaduw vormt meestal een goed evenwicht tussen bloei, bladkwaliteit en vochtvoorziening.
De rode tot purperen wintertint is een normale seizoensverkleuring van deze cultivar. Ze wordt vooral zichtbaar bij lage temperaturen en op plaatsen waar het blad winterzon ontvangt. De verkleuring wijst dus niet automatisch op een gebrek of ziekte. In het voorjaar wordt het blad doorgaans opnieuw groener. Blijvende vergeling tijdens het groeiseizoen kan wel samenhangen met een ongeschikte bodem of wortelproblemen.
Regelmatige snoei is niet noodzakelijk, omdat 'Apollo' van nature compact groeit. Verwijder uitsluitend beschadigde, oude of storend uitstekende takken. Dit gebeurt het best na de bloei, zodat de voorjaarsbloemen behouden blijven. Sterke verjongingssnoei kan de bloei tijdelijk verminderen. Draag bij het snoeien stevige handschoenen, want de bladranden zijn scherp en stekelig.
Na een geslaagde bestuiving kunnen zich blauwzwarte bessen ontwikkelen, maar de hoeveelheid verschilt per jaar. Het weer tijdens de bloei en de activiteit van bestuivende insecten beïnvloeden de vruchtzetting. Ook snoei vlak voor of tijdens de bloei vermindert de kans op bessen. De vruchten volgen op de gele bloemtrossen en vormen later in het seizoen een opvallend contrast met het donkere, glanzende blad.