- Tous les produits
- Sierplanten
- Sierstruiken
- Bladverliezend
- MAGNOLIA TRIPETALA
- Bladverliezend
Groot blad en een brede kroon
De westerse magnolia (Magnolia tripetala) onderscheidt zich vooral door zijn uitzonderlijk grote, frisgroene bladeren. Ze kunnen 30 tot 50 cm lang worden en staan dicht bij elkaar aan de uiteinden van de twijgen. Daardoor ontstaat de parasolachtige bladstand waaraan de soort ook de naam parasolmagnolia dankt.
De boom ontwikkelt een losse, breed uitgroeiende en vaak grillige kroon. Op een geschikte groeiplaats kan hij in België na vele jaren ongeveer 8 tot 12 m hoog worden. Door de brede groei en het grote blad komt deze magnolia het best tot zijn recht als solitair met voldoende vrije ruimte.
Bloemen en vruchten
De roomwitte, komvormige bloemen verschijnen doorgaans in juni, wanneer het blad al ontwikkeld is. Ze zijn ongeveer 15 tot 25 cm breed en hebben lange meeldraden die aan de basis paars gekleurd zijn. De bloemgeur is licht, maar wordt niet door iedereen als aangenaam ervaren.
Na de bloei kunnen langwerpige, purperrode vruchten van ongeveer 10 cm ontstaan. Bij het rijpen worden de karmijnrode zaden zichtbaar, waardoor de boom ook later in het seizoen herkenbaar blijft.
Standplaats en bodem
Plant Magnolia tripetala in de zon of halfschaduw, bij voorkeur op een beschutte plaats. De grote bladeren kunnen bij harde wind beschadigen of inscheuren. Een vruchtbare, humusrijke en goed doorlatende bodem die niet langdurig uitdroogt, ondersteunt de ontwikkeling het best. Langdurig natte of sterk verdichte grond is minder geschikt.
Snoei is doorgaans nauwelijks nodig. Verwijder alleen storende, beschadigde of kruisende takken en behoud daarbij zoveel mogelijk de natuurlijke, breed uitgroeiende kroon.
Op een geschikte groeiplaats kan Magnolia tripetala na vele jaren ongeveer 8 tot 12 m hoog worden. De kroon groeit breed en los uit, waardoor de beschikbare breedte minstens even belangrijk is als de hoogte. Bodemkwaliteit, vochtvoorziening en beschutting beïnvloeden de uiteindelijke ontwikkeling. Deze soort past daarom beter in een ruime tuin of park dan in een kleine stadstuin. Houd bij de aanplant voldoende afstand tot gebouwen, verharding en andere grote bomen.
De naam parasolmagnolia verwijst naar de opvallende bladstand. De zeer grote bladeren staan dicht bij elkaar aan de uiteinden van de twijgen en vormen daar brede kransen. Van een afstand lijken deze bladgroepen op kleine parasols. Dit kenmerk is vooral zichtbaar wanneer het blad volledig ontwikkeld is. De bladeren kunnen 30 tot 50 cm lang worden en bepalen daardoor sterker het uiterlijk van de boom dan de relatief korte bloeiperiode.
De roomwitte bloemen verspreiden een lichte geur, maar die wordt geregeld als minder aangenaam ervaren. Wie vooral een magnolia met sterk geurende bloemen zoekt, kiest daarom beter een andere soort of cultivar. Bij Magnolia tripetala ligt de voornaamste sierwaarde in het uitzonderlijk grote blad, de losse kroon en de purperrode vruchten. De komvormige bloemen blijven wel opvallend door hun formaat en paars getinte meeldraden.
Een beschutte standplaats verdient de voorkeur. De grote bladeren vangen veel wind en kunnen bij harde windstoten inscheuren. Dat veroorzaakt meestal geen blijvende schade aan de boom, maar vermindert wel de sierwaarde van het blad. Vermijd daarom open locaties met aanhoudende westenwind of sterke windturbulentie tussen gebouwen. Een zonnige tot halfschaduwrijke plaats met enige bescherming en voldoende lucht rond de kroon is geschikter.
Magnolia tripetala groeit het best in een diepe, vruchtbare en humusrijke bodem die vocht vasthoudt maar overtollig water vlot afvoert. Een gelijkmatige vochtvoorziening is vooral tijdens de eerste jaren belangrijk. Langdurig natte, verdichte grond verhoogt het risico op wortelproblemen, terwijl zeer droge zandgrond de groei en bladontwikkeling kan beperken. Breng rond de wortelzone een organische mulchlaag aan om vochtverlies te beperken, zonder de stamvoet af te dekken.