- Tous les produits
- Sierplanten
- Bodembedekkers
- LAMIUM MACULATUM 'STERLING SILVER'
- Bodembedekkers
Gevlekte dovenetel (Lamium maculatum 'Sterling Silver') onderscheidt zich door het overwegend zilverkleurige blad met een smalle groene rand. De plant wordt ongeveer 20 cm hoog en vormt met zijn kruipende stengels geleidelijk een gesloten bladertapijt.
In mei en juni verschijnen diep purperroze lipbloemen, die duidelijk afsteken tegen het lichte blad. Het loof blijft tijdens zachte winters grotendeels aanwezig. Na strengere vorst of langdurig nat winterweer kan een deel van het blad verdrogen.
'Sterling Silver' groeit het best in halfschaduw of schaduw, op een humusrijke, frisse maar voldoende doorlatende bodem. Onder struiken en langs schaduwrijke borders is hij bruikbaar als lage bodembedekker. Op droge plaatsen onder dicht wortelende bomen kan de groei minder gesloten blijven.
De kruipende stengels kunnen buiten het gewenste plantvak groeien. Ze zijn eenvoudig terug te knippen. Verwijder in het voorjaar eventueel verdroogd blad, zodat de nieuwe groei opnieuw zichtbaar wordt.
'Sterling Silver' is grotendeels wintergroen, maar het winterbeeld hangt af van het weer en de standplaats. Tijdens zachte winters blijft veel blad aanwezig. Na strenge vorst, langdurige nattigheid of uitdrogende wind kan een deel van het loof beschadigd raken of verdrogen. Dat tast de plant doorgaans niet blijvend aan. Verwijder het beschadigde blad aan het einde van de winter, zodat de nieuwe scheuten in het voorjaar vrij kunnen uitlopen.
Ja, deze cultivar kan in schaduw groeien en behoudt daar zijn opvallende zilverkleurige blad. De bodem mag op zo'n plaats niet langdurig uitdrogen, vooral niet onder volwassen bomen of dicht wortelende struiken. In diepe schaduw kan de bloei minder rijk zijn dan in lichte halfschaduw. Een humusrijke bodem die fris blijft maar overtollig water afvoert, geeft doorgaans de meest gesloten groei.
'Sterling Silver' breidt zich uit met kruipende stengels en kan daardoor een gesloten bodembedekking vormen. De plant kan over de rand van een plantvak groeien, maar is gewoonlijk eenvoudig te begrenzen door overtollige scheuten terug te knippen. Controleer vooral de randen wanneer hij naast lage of traag groeiende vaste planten staat. In een ruimer vak onder struiken is die spreidende groei juist bruikbaar om open grond te bedekken.
Schaduw is meestal niet het probleem; droge, sterk doorwortelde grond is dat vaak wel. Boomwortels nemen veel vocht en voedingsstoffen op, waardoor pas aangeplante dovenetel moeilijk een gesloten tapijt vormt. Verbeter de bovenlaag met organisch materiaal zonder boomwortels diep te beschadigen en geef water tijdens droge perioden. Zodra de plant goed is ingeworteld, kan hij tijdelijke droogte beter opvangen, maar een blijvend frisse bodem blijft gunstiger.
Verdroogd of beschadigd blad kan aan het einde van de winter of vroeg in het voorjaar worden weggeknipt. Werk voorzichtig, omdat de nieuwe scheuten dicht bij de grond verschijnen. Een lichte opknapbeurt is meestal voldoende; de plant hoeft niet jaarlijks volledig teruggesnoeid te worden. Ook na een droge zomer kunnen plaatselijk lelijke stengels worden verwijderd. Geef daarna water wanneer de bodem droog is, zodat de bodembedekking zich opnieuw kan sluiten.