Een sappige peer uit de Denderstreek
De Jefkespeer is een historisch Belgisch perenras dat aan het einde van de 18de eeuw in de omgeving van Ninove ontstond. Het ras is ook bekend onder de naam ‘Beurré Chaboceau’.
De kort kegelvormige tot ronde peren krijgen bij rijpheid een bruingele of gebronsde schil, vaak met een donker roodbruine dekkleur en typische grijsbruine stippen. Het witte vruchtvlees is fijn, zeer sappig en zoet, met een licht aromatische en verfrissende smaak. De vruchten zijn geschikt als handpeer en kunnen ook in de keuken worden verwerkt.
De oogst valt doorgaans rond eind september of begin oktober. De vruchten hebben slechts een beperkte bewaartijd en worden daarom bij voorkeur kort na de pluk gegeten of verwerkt.
Groei en toepassing als halfstam
De boom groeit krachtig en ontwikkelt een breed piramidale kroon met stevige gesteltakken. Bij deze halfstam begint de kroon op een stamhoogte van 1,20 tot 1,30 m. Houd rekening met voldoende ruimte voor de verdere kroonontwikkeling; de uiteindelijke boomgrootte wordt mede bepaald door de gebruikte onderstam, bodem en snoei.
Plant de Jefkespeer op een zonnige plaats in een voldoende diepe, goed doorlatende bodem. Het ras staat bekend als windvast en wordt traditioneel in boomgaarden aangeplant. Hoewel het als betrekkelijk weinig gevoelig voor schurft wordt beschreven, blijven luchtige groei, een open kroon en regelmatige controle belangrijk.