- Tous les produits
- Sierplanten
- Sierstruiken
- Bladverliezend
- JASMINUM NUDIFLORUM
- Bladverliezend
Gele bloemen op kale wintertakken
Winterjasmijn (Jasminum nudiflorum) vormt lange, buigzame twijgen waarop tijdens zachte perioden in de winter heldergele bloemen verschijnen. De bloei begint doorgaans vanaf december en kan tot maart of april aanhouden. Strenge vorst kan geopende bloemen beschadigen, maar later in het seizoen kunnen nog nieuwe bloemknoppen openen.
De struik is bladverliezend. Zijn groene, hoekige twijgen blijven in de winter goed zichtbaar en dragen bij aan het winterbeeld. Winterjasmijn groeit niet zelfhechtend: tegen een muur, hek of pergola moeten de takken daarom worden aangebonden. Zonder steun groeien ze breed overhangend en kunnen ze als losse struik of op een talud worden toegepast.
Standplaats en verzorging
Jasminum nudiflorum bloeit het rijkst in de zon, maar groeit ook in halfschaduw. Een normale, voldoende doorlatende tuingrond is geschikt. Vermijd langdurig natte grond, vooral tijdens de winter. Een warme muur kan de bloei vervroegen, al kunnen vroeg geopende bloemen daar ook sneller door nachtvorst worden geraakt.
Snoei indien nodig onmiddellijk na de bloei. Kort lange scheuten in en verwijder enkele oude takken tot dicht bij de basis om jonge groei te stimuleren. Snoei niet in het najaar, want dan worden veel van de bloemdragende scheuten weggenomen. Een regelmatig verjongde plant blijft doorgaans compacter en bloeit beter dan een exemplaar waarin veel oud hout blijft zitten.
Nee. Winterjasmijn maakt lange, soepele takken, maar heeft geen hechtwortels, ranken of windende stengels. Leid de jonge scheuten langs draden of een klimrek en bind ze losjes vast. Zonder ondersteuning buigen de takken naar buiten en groeit de plant als een brede, overhangende struik. Op een talud kunnen de neerliggende scheuten de bodem bedekken en soms wortelen waar ze langdurig contact maken met de grond.
Snoei winterjasmijn direct na de bloei, doorgaans in maart of april. De bloemen verschijnen op scheuten die tijdens het voorgaande groeiseizoen zijn gevormd. Bij een snoeibeurt in het najaar zouden dus veel bloemknoppen verdwijnen. Kort te lange takken terug tot een geschikte zijtak en verwijder geregeld enkele oude scheuten bij de basis. Zo ontstaat ruimte voor jonge twijgen die in de volgende winter bloemen kunnen dragen.
Een beperkte bloei kan het gevolg zijn van een schaduwrijke standplaats, snoei op het verkeerde moment of een groot aandeel verouderde takken. Geef de plant bij voorkeur zon of lichte halfschaduw en snoei uitsluitend kort na de bloei. Verwijder daarbij enkele oude takken om nieuwe scheuten te stimuleren. Ook een zeer stikstofrijke bemesting kan veel bladgroei en relatief weinig bloemen veroorzaken. Pas aangeplante exemplaren hebben soms eerst tijd nodig om voldoende bloemdragende scheuten te vormen.
De plant zelf is doorgaans goed winterhard in België, maar geopende bloemen kunnen tijdens een stevige vorstperiode beschadigd raken. Dat betekent meestal niet dat de volledige bloei verloren is. Nog gesloten knoppen kunnen tijdens een volgende zachte periode alsnog opengaan. Een beschutte plaats tegen een muur bevordert een vroege en langdurige bloei, terwijl een zeer warme ligging de bloemen ook vroeger aan wintervorst kan blootstellen.
Ja, vooral op een talud of langs de bovenrand van een lage muur. Wanneer de takken niet worden opgebonden, groeien ze breed uit en hangen ze boogvormig naar beneden. Dat levert een losse bodembedekking op, maar geen lage, gesloten mat zoals bij klassieke bodembedekkers. Houd rekening met de groeiruimte en snoei na de bloei wanneer de scheuten over paden of aangrenzende beplanting groeien.