- Tous les produits
- Sierplanten
- Meerjarige vaste planten
- Vaste planten
- IRIS PUMILA 'LITTLE SAPPHIRE'
- Vaste planten
Dwerglis Iris pumila 'Little Sapphire' vormt lage pollen met smal, groen blad. De lichtblauwe tot blauwe baardbloemen verschijnen in het late voorjaar en hebben bleke tot geelachtige accenten in het hart. Met een hoogte van ongeveer 20 tot 30 cm blijft deze cultivar duidelijk lager dan de hoge baardirissen.
'Little Sapphire' bloeit het best in de zon. Kies een goed doorlatende bodem en vermijd plaatsen waar na regen langdurig water blijft staan, want de wortelstokken zijn gevoelig voor aanhoudende nattigheid. Plant de wortelstokken ondiep, met de bovenzijde aan of net boven het grondoppervlak.
Knip uitgebloeide bloemstengels bij de basis weg, maar laat het blad staan zolang het groen blijft. Wanneer oudere pollen na enkele jaren minder rijk bloeien, kunnen ze na de bloei worden opgenomen en gedeeld. Plant vooral de jonge, gezonde delen opnieuw uit.
'Little Sapphire' wordt doorgaans ongeveer 20 tot 30 cm hoog. Door deze beperkte hoogte past de cultivar vooraan in een zonnige border en tussen andere laagblijvende vaste planten. Houd er bij het combineren rekening mee dat sterk groeiende buurplanten de lage bladpol gemakkelijk kunnen overschaduwen. De uiteindelijke hoogte kan enigszins variëren door bodem, licht en vochtvoorziening.
Deze dwerglis bloeit in het late voorjaar, doorgaans van april tot mei. Bij een koel voorjaar kan de bloei wat later vallen en tot in juni doorlopen. De precieze periode verschilt daardoor van jaar tot jaar. Een zonnige standplaats bevordert de aanleg en ontwikkeling van de bloemen; in te veel schaduw blijft de bloei meestal beperkter.
Nee, langdurig natte grond is ongeschikt voor deze lage baardiris. Vooral tijdens de winter kan stilstaand water rond de wortelstok rotting veroorzaken. Plant 'Little Sapphire' daarom in een goed doorlatende bodem en vermijd laagtes waar regenwater zich verzamelt. Op zware grond kan een verhoogde plantplaats de afwatering verbeteren. De wortelstok wordt ondiep geplant en mag niet onder een dikke laag aarde of mulch verdwijnen.
Een afnemende bloei kan ontstaan door te weinig zon, een te natte bodem of een oude, dichtgegroeide pol. Controleer eerst of de plant voldoende licht krijgt en of overtollig water snel wegzakt. Wanneer de pol na enkele jaren dicht is geworden, kan hij na de bloei worden opgenomen en gedeeld. Herplant de jonge, stevige delen ondiep en verwijder verouderde of beschadigde stukken.
Verwijder na de bloei de uitgebloeide bloemstengel bij de basis. Het groene blad blijft staan, omdat het nog voedingsstoffen opbouwt voor de wortelstok en de bloei van het volgende jaar. Alleen afgestorven of beschadigd blad hoeft te worden weggehaald. Een sterke snoei van gezond blad direct na de bloei kan de plant verzwakken en wordt daarom vermeden.