- Tous les produits
- Sierplanten
- Meerjarige vaste planten
- Vaste planten
- IRIS GERMANICA 'LOOP THE LOOP'
- Vaste planten
Baardiris (Iris germanica 'Loop the Loop') bloeit in mei en juni met grote, tweekleurige bloemen in wit en paars. De bloemen staan boven stevig, zwaardvormig blad en bereiken doorgaans een hoogte van ongeveer 70 tot 90 cm.
Deze cultivar bloeit het best in de volle zon. Lichte halfschaduw wordt verdragen, maar kan de bloeirijkheid verminderen. Kies een goed doorlatende bodem die na regen niet langdurig nat blijft. Vooral zware, natte grond verhoogt het risico op rotting van de wortelstokken.
Plant de dikke wortelstokken bijna horizontaal en zeer ondiep, met de bovenzijde ter hoogte van het grondoppervlak. Op zware grond kan grof zand of fijn grind rond de plantplaats de afwatering verbeteren. Eenmaal goed ingeworteld verdraagt deze baardiris tijdelijke droogte beter dan aanhoudend natte grond.
Verwijder uitgebloeide bloemstelen na de bloei, maar laat gezond blad staan zolang het groen blijft. Oudere pollen die minder rijk bloeien, kunnen na enkele jaren na de bloei worden gedeeld en opnieuw ondiep worden geplant.
Plant de wortelstok zeer ondiep en bijna horizontaal. De bovenzijde hoort ter hoogte van het grondoppervlak te liggen en mag niet onder een dikke laag aarde verdwijnen. Spreid de fijnere wortels naar beneden en druk de grond voorzichtig aan. Geef na het planten water zodat de aarde goed rond de wortels aansluit. Een te diepe aanplant houdt de wortelstok langer vochtig en kan zowel de bloei als de gezondheid van de plant nadelig beïnvloeden.
Dat kan alleen wanneer de kleigrond voldoende afwatert. Baardirissen verdragen geen bodem waarin tijdens natte perioden langdurig water rond de wortelstok blijft staan. Maak zware grond daarom diep los en verbeter de afwatering met grof zand of fijn grind. Een licht verhoogde plantplaats kan eveneens helpen. Blijft de bodem in de winter structureel nat, dan is een drogere standplaats of een verhoogd plantvak geschikter.
Lichte halfschaduw wordt verdragen, maar een zonnige standplaats geeft doorgaans de stevigste groei en rijkste bloei. Kies bij halfschaduw een plek die dagelijks meerdere uren rechtstreekse zon ontvangt. Onder bomen, langs een donkere noordmuur of op een plaats waar de bodem lang vochtig blijft, zal de plant meestal minder goed presteren. Voldoende zon helpt bovendien om de oppervlakkig geplante wortelstokken na regen sneller te laten opdrogen.
Een oudere pol kan te dicht worden, waardoor de afzonderlijke wortelstokken minder licht en ruimte krijgen. Graaf de plant na de bloei of later in de zomer voorzichtig op en verwijder oude, weinig vitale delen. Herplant de stevige buitenste wortelstokken ondiep op een zonnige, goed doorlatende plaats. Ook een te diepe aanplant, te veel schaduw, stikstofrijke bemesting of aanhoudend natte grond kan de vorming van bloemstelen beperken.
Knip het gezonde blad niet onmiddellijk na de bloei weg. Het blijft energie opbouwen voor de wortelstok en de bloei van het volgende jaar. Verwijder wel de uitgebloeide bloemstelen en snijd beschadigd of afgestorven blad weg zodra dat nodig is. Wanneer de plant wordt gedeeld, kan het blad worden ingekort om verdamping en windbelasting te beperken. Gebruik steeds schoon snoeimateriaal en laat geen rottend plantenmateriaal op de wortelstokken liggen.