Hazelaar (Corylus avellana 'Cosford') vormt goedgevulde noten met een aangename, aromatische smaak. Ze rijpen doorgaans in september en zijn geschikt om vers te eten, te roosteren of te verwerken in gebak en olie.
'Cosford' groeit opgaand en ontwikkelt zich uiteindelijk tot een forse, bladverliezende struik van ongeveer 4 tot 5 meter hoog. De lange, groengele mannelijke katjes verschijnen tijdens de winter, meestal in januari en februari. Voor een goede en regelmatige opbrengst is kruisbestuiving met een ander hazelnotenras sterk aanbevolen.
Deze hazelaar groeit in de zon of halfschaduw. Een doorlatende, voldoende vochthoudende bodem geeft de beste vruchtontwikkeling. Langdurig natte grond is minder geschikt. Snoei is doorgaans beperkt tot het verwijderen van oude, beschadigde of dicht op elkaar groeiende takken, zodat licht en lucht tot in het hart van de struik kunnen doordringen.