- Tous les produits
- Sierplanten
- Meerjarige vaste planten
- Vaste planten
- ERIOPHORUM ANGUSTIFOLIUM (VEENPLUIS)
- Vaste planten
Witte vruchtpluizen boven smal blad
Veenpluis (Eriophorum angustifolium) wordt doorgaans 30 tot 60 cm hoog. De kleine, bruine bloemen in het voorjaar vallen nauwelijks op. De sierwaarde ontstaat daarna, wanneer de lange witte haren rond de vruchtjes uitgroeien tot losse, katoenachtige pluizen.
De plant breidt zich met ondergrondse uitlopers uit tot losse groepen. Daardoor past veenpluis goed in een natuurlijke vijverrand, veentuin of moerasbeplanting waar het enige ruimte krijgt om zich te ontwikkelen.
Een uitgesproken voorkeur voor natte, zure grond
Deze soort groeit het best op een zonnige plaats met een blijvend natte, voedselarme en kalkarme bodem. Zure zand-, leem- en veengrond zijn geschikt zolang de wortelzone niet uitdroogt. Aan een vijverrand mag de plant tijdelijk enkele centimeters onder water staan, maar het is geen plant voor diep water.
Een gewone, voedselrijke tuinbodem is minder geschikt. Ook op kalkrijke grond groeit veenpluis doorgaans zwak. De plant is goed winterhard in België, maar blijft afhankelijk van een voortdurend vochtige standplaats.
Ja. Veenpluis kan aan de rand van een vijver of moeraszone groeien en verdraagt daar tijdelijk enkele centimeters water boven de bodem. De wortelzone moet blijvend nat blijven, maar de plant is niet geschikt voor diep open water. Plaats hem bij voorkeur op een geleidelijk aflopende oever met een voedselarm, zuur substraat. In een vijver met sterk wisselende waterstanden mag de standplaats tijdens de zomer niet volledig uitdrogen.
Ja. Veenpluis is gebonden aan zwak zure tot zure, kalkarme grond. Het groeit van nature op natte heide, in veengebieden en langs voedselarme vennen. Een natte maar kalkrijke of sterk bemeste bodem is daarom niet automatisch geschikt. Gebruik bij aanplant geen kalk en vermijd voedselrijke compost. Op een geschikte zure bodem ontwikkelt de plant zich duidelijk beter en kan hij zich met ondergrondse uitlopers uitbreiden.
Nee. De eigenlijke bloemen zijn klein, bruinachtig en weinig opvallend. De bekende witte pluizen verschijnen na de bloei en bestaan uit lange haren rond de vruchtjes. Ze helpen bij de verspreiding van het zaad en vormen tegelijk het opvallendste sierkenmerk van de plant. De bloei valt doorgaans in april en mei; de witte vruchtpluizen worden pas daarna goed zichtbaar.
Ja. Eriophorum angustifolium vormt ondergrondse uitlopers en kan zich op een geschikte natte, zure standplaats geleidelijk tot losse groepen uitbreiden. De groei is vooral merkbaar wanneer de bodem voortdurend vochtig blijft. In een kleine vijverrand kan een ruime plantmand helpen om de uitbreiding te begrenzen. Op een drogere of kalkrijke plek blijft de groei meestal zwak en is de plant minder duurzaam.
Alleen wanneer die grond blijvend nat, kalkarm en voedselarm is. Een doorsnee border die in de zomer uitdroogt, is niet geschikt. Ook zware bemesting werkt de natuurlijke groeiomstandigheden tegen. Veenpluis past beter in een veentuin, natte heidebeplanting, moeraszone of aan een zure vijverrand. Op zand- of leemgrond kan de soort groeien wanneer voldoende water beschikbaar blijft en de bodem niet kalkrijk is.