- Tous les produits
- Sierplanten
- Bomen
- Meerstammige
- ELAEAGNUS EBBINGEI MULTI-TRONC
- Meerstammige
Wintergroene olijfwilg met meerdere stammen
Elaeagnus × ebbingei is als meerstam opgebouwd uit verschillende stammen die samen een brede, vertakte kroon vormen. Deze productvorm laat de stamstructuur zichtbaar en is vooral geschikt als wintergroene solitair.
Het stevige, leerachtige blad is grijsgroen aan de bovenzijde en zilverwit aan de onderzijde. Door die lichte bladonderkant verandert het kleurbeeld wanneer de wind door de kroon beweegt. In de herfst verschijnen kleine, roomwitte bloemen. Ze vallen visueel weinig op, maar verspreiden een duidelijk waarneembare geur.
Standplaats en verzorging
Olijfwilg groeit in zon tot halfschaduw en verkiest een goed doorlatende bodem. Eenmaal ingeworteld verdraagt hij drogere perioden. Langdurig natte of slecht doorlatende grond is minder geschikt.
De plant verdraagt wind en zoute zeelucht goed. In het Belgische binnenland is een beschutte standplaats niet altijd noodzakelijk, maar koude, uitdrogende oostenwind kan tijdens strenge vorst bladschade veroorzaken. Beschadigd blad wordt doorgaans vervangen zodra de groei hervat.
Elaeagnus × ebbingei verdraagt snoei goed. Beperk de snoei bij een meerstam tot het verwijderen van storende takken en het behouden van een evenwichtige kroon. Sterke vormsnoei maakt de plant dichter, maar kan de natuurlijke stam- en takstructuur minder zichtbaar maken.
Ja, Elaeagnus × ebbingei is wintergroen en behoudt in normale Belgische winters het grootste deel van zijn blad. Tijdens strenge vorst of bij een combinatie van vorst en uitdrogende oostenwind kan een deel van het blad bruin worden of afvallen. Dat betekent niet noodzakelijk dat de takken afgestorven zijn. Wacht in het voorjaar tot de nieuwe groei zichtbaar wordt voordat beschadigde delen worden teruggesnoeid. Een goed doorlatende bodem en voldoende water vóór een droge vorstperiode helpen om winterse bladschade te beperken.
Een meerstammige Elaeagnus × ebbingei kan zonder regelmatige snoei uitgroeien tot een brede plant van ongeveer 2 tot 5 meter hoog. De uiteindelijke afmetingen hangen af van de bodem, standplaats en snoei. Door storende of te lange takken gericht terug te nemen, blijft de kroon compacter. Houd bij de aanplant voldoende ruimte rond de plant, want de kroon wordt met de jaren ook breder. Regelmatig hard terugsnoeien is mogelijk, maar gaat ten koste van de open meerstammige structuur.
Ja. Elaeagnus × ebbingei verdraagt wind en zoute zeelucht goed en is daardoor bruikbaar in kusttuinen. De stevige, leerachtige bladeren zijn beter tegen deze omstandigheden bestand dan het blad van veel andere wintergroene sierheesters. Plant hem wel in doorlatende grond en geef tijdens de eerste groeiseizoenen water bij langdurige droogte. Een pas aangeplante meerstam heeft nog geen uitgebreid wortelstelsel en is daardoor gevoeliger voor uitdroging dan een goed ingeworteld exemplaar.
Een lichte vormsnoei gebeurt het best in het voorjaar, nadat het risico op strenge vorst grotendeels voorbij is. Een tweede beperkte snoeibeurt kan aan het einde van de zomer nodig zijn om lange uitlopers bij te werken. Verwijder bij een meerstam vooral kruisende, beschadigde of naar binnen groeiende takken. Snoei niet meer dan nodig wanneer de open kroon en zichtbare stamstructuur behouden moeten blijven. Wie in de nazomer sterk snoeit, verwijdert bovendien een deel van de takken waarop de geurende herfstbloemen verschijnen.
Een goed ingewortelde Elaeagnus × ebbingei verdraagt tijdelijke droogte, op voorwaarde dat de bodem voldoende doorlatend is. Jonge aanplant vraagt tijdens droge perioden wel regelmatig water, omdat het wortelgestel nog beperkt is. Ook op zeer droge zandgrond blijft extra water tijdens langdurige zomerdroogte aangewezen. Vermijd tegelijk een voortdurend natte standplaats: stilstaand water rond de wortels is ongunstiger dan een tijdelijk droge bodem. Een organische mulchlaag helpt om het bodemvocht gelijkmatiger te houden.