- Tous les produits
- Sierplanten
- Bomen
- Loofbomen
- DAVIDIA INVOLUCRATA
- Loofbomen
De zakdoekenboom (Davidia involucrata) valt in mei op door zijn grote, roomwitte schutbladeren. Deze hangen rond kleine, bruinpaarse bloemhoofdjes en kunnen ongeveer 15 cm lang worden. Vooral bij oudere bomen is de bloei uitgesproken; jonge exemplaren hebben vaak meerdere jaren nodig voordat ze rijk beginnen te bloeien.
De boom ontwikkelt een brede, aanvankelijk wat grillige kroon die op latere leeftijd ronder wordt. In Belgische tuinen kan hij ongeveer 10 tot 15 m hoog en 8 tot 12 m breed worden. Het fris- tot donkergroene blad is hartvormig tot eirond, toegespitst en grof gezaagd. De stam en oudere takken krijgen een afbladderende schors in verschillende grijstinten.
Na de bloei kunnen afzonderlijk hangende, langgesteelde steenvruchten ontstaan. Ze zijn aanvankelijk groen en verkleuren later naar roodbruin, maar verschijnen doorgaans minder opvallend en minder talrijk dan de schutbladeren.
Davidia involucrata groeit het best in de zon of halfschaduw, op een voedzame bodem die voldoende vocht vasthoudt. Door zijn uiteindelijke omvang vraagt hij een ruime groeiplaats. Een beschutte standplaats vermindert het risico op vorstschade, vooral bij jonge bomen en tijdens koude voorjaarsnachten. Verharding dicht bij de stam wordt minder goed verdragen.
Een zakdoekenboom bloeit meestal niet op jonge leeftijd. Vaak duurt het ongeveer tien jaar voordat de eerste duidelijke bloei verschijnt, al hangt dit mee af van de uitgangsmaat en de groeiomstandigheden. Een voedzame, voldoende vochthoudende bodem en een beschutte standplaats ondersteunen een gelijkmatige ontwikkeling. Naarmate de boom ouder wordt, neemt de bloeirijkheid doorgaans toe. Een jong exemplaar dat nog geen witte schutbladeren vormt, hoeft dus niet noodzakelijk verkeerd te staan of slecht verzorgd te zijn.
Nee. De opvallende witte delen zijn schutbladeren die de eigenlijke bloemen omgeven. De kleine bloemen staan samen in bruinpaarse hoofdjes en vallen afzonderlijk weinig op. Per bloemhoofdje verschijnen twee ongelijk gevormde schutbladeren, waarvan het grootste ongeveer 15 cm lang kan worden. Bij het openen zijn ze vaak nog lichtgroen; daarna verkleuren ze naar roomwit. Door hun losse, afhangende vorm ontstonden de Nederlandse namen zakdoekenboom en vaantjesboom.
Doorgaans niet. In het Belgische klimaat kan Davidia involucrata ongeveer 10 tot 15 m hoog en 8 tot 12 m breed worden. De kroon wordt met de jaren breed en afgerond, waardoor voldoende afstand tot gebouwen en perceelsgrenzen nodig is. De soort komt beter tot zijn recht als solitaire boom in een ruime tuin, grote groenstrook of park. Voor een beperkte stadstuin is de uiteindelijke kroonbreedte meestal te groot.
De zakdoekenboom verkiest een voedzame bodem die voldoende vocht vasthoudt. Vooral tijdens de eerste jaren mag de grond niet langdurig uitdrogen. Een open plantplaats zonder dichte verharding rond de stam is aangewezen, omdat de boom verharding minder goed verdraagt. Zowel zon als halfschaduw is geschikt. Op een beschutte plaats ontwikkelt de boom zich doorgaans regelmatiger en is de kans op schade door koude wind en late nachtvorst kleiner.
Davidia involucrata is op een geschikte standplaats voldoende winterhard voor het Belgische klimaat, maar een beschutte plek blijft aangewezen. Vooral jonge bomen en pas uitgelopen delen kunnen schade oplopen tijdens strenge vorst of koude voorjaarsnachten. Vermijd daarom een open locatie waar koude wind vrij spel heeft. Een boom die goed is ingeworteld en op een voedzame, vochthoudende bodem groeit, is doorgaans beter bestand tegen winterse omstandigheden dan een pas aangeplant exemplaar.