- Tous les produits
- Sierplanten
- Conifeer
- CRYPTOMERIA JAPONICA 'SEKKAN SUGI'
- Conifeer
Japanse ceder (Cryptomeria japonica 'Sekkan Sugi') onderscheidt zich door zijn opvallend lichte voorjaarsgroei. De jonge scheuten lopen roomgeel tot lichtgeel uit en verkleuren tijdens het seizoen geleidelijk naar geelgroen en groen. Daardoor is het kleurverschil tussen de jonge en oudere naalden vooral in het voorjaar en de vroege zomer goed zichtbaar.
De fijne, niet-stekelige naalden staan op soepele, licht overhangende twijgen. 'Sekkan Sugi' groeit middelmatig snel en ontwikkelt zich op termijn tot een brede, wintergroene struik of kleine naaldboom van enkele meters hoog. Door zijn losse silhouet komt hij het best tot zijn recht als solitair of als licht kleuraccent tussen donkergroene beplanting.
Standplaats en bodem
Deze cultivar groeit in de zon tot halfschaduw. Op een zonnige plaats moet de bodem voldoende vochthoudend blijven. Een plek met lichte beschutting tegen felle middagzon en koude, uitdrogende wind verkleint de kans op beschadiging van de bleke jonge scheuten.
Plant hem in een humusrijke, goed doorlatende bodem die niet langdurig uitdroogt. Vooral tijdens de eerste jaren en bij aanhoudende zomerdroogte is extra water nodig. Een natte bodem met stagnerend water is evenmin geschikt. Snoei is doorgaans niet nodig; verwijder alleen beschadigde of storende takken.
Nee. Vooral de jonge scheuten lopen opvallend roomgeel tot lichtgeel uit. Naarmate de naalden ouder worden, verschuift de kleur naar geelgroen en vervolgens groener. De intensiteit hangt ook af van de standplaats en het seizoen. In diepe schaduw is het kleurverschil doorgaans minder uitgesproken, terwijl felle zon in combinatie met droogte de bleke jonge groei kan beschadigen.
Ja, op voorwaarde dat de bodem voldoende vochthoudend is en niet langdurig uitdroogt. Op droge zandgrond of een warme plaats met weerkaatste hitte is halfschaduw veiliger. De lichte jonge scheuten zijn gevoeliger voor uitdroging dan het oudere groene loof. Een standplaats met ochtend- of avondzon en beschutting tegen koude, droge wind biedt doorgaans de meest gelijkmatige groei.
Reken op termijn op een brede struik of kleine naaldboom van ongeveer 3 tot 5 meter hoog. Oudere exemplaren kunnen onder gunstige omstandigheden groter worden. De uiteindelijke afmetingen hangen af van bodem, vochtvoorziening en beschikbare ruimte. Door zijn brede, losse groei vraagt deze cultivar meer plaats dan een smal groeiende of zuilvormige conifeer.
Bruine naalden kunnen ontstaan door langdurige droogte, koude uitdrogende wind of een bodem waarin water blijft staan. Controleer daarom eerst het bodemvocht. De grond mag fris en vochthoudend zijn, maar niet voortdurend nat. Geef bij zomerdroogte diep water en bescherm jonge planten op open plaatsen tegen schrale oostenwind. Een beperkte verkleuring van oudere naalden is niet noodzakelijk een probleem.
Gewoonlijk niet. De cultivar ontwikkelt van nature een losse, brede vorm met soepele twijgen. Snoei beperkt zich bij voorkeur tot het verwijderen van beschadigde, afgestorven of hinderlijk geplaatste takken. Houd bij de aanplant voldoende ruimte vrij, zodat sterke vormsnoei later niet nodig wordt. Regelmatig zwaar terugsnoeien vermindert het natuurlijke karakter van de plant.