- Tous les produits
- Sierplanten
- Conifeer
- CRYPTOMERIA JAPONICA 'GREEN PEARL'
- Conifeer
Cryptomeria japonica 'Green Pearl' is een langzaam groeiende dwergconifeer met een dichte, vrijwel bolvormige habitus. De korte twijgen dragen fijn, niet scherp aanvoelend naaldloof. Nieuwe scheuten zijn lichtgroen en kleuren tijdens de zomer donkerder groen. Onder invloed van winterkou kan het loof een bronzen tint krijgen.
Door de beperkte eindmaat van ongeveer 50 cm blijft deze cultivar geschikt voor een kleine border, rotstuin of ruime plantenbak. Snoei is normaal niet nodig om de compacte vorm te behouden.
Plant 'Green Pearl' in de zon of halfschaduw, bij voorkeur beschut tegen koude, uitdrogende wind. De bodem moet goed doorlatend maar voldoende vochthoudend zijn. Langdurig droge grond en stilstaand wintervocht worden slecht verdragen. Bij teelt in pot vraagt de kluit tijdens droge perioden regelmatige controle, omdat potgrond sneller uitdroogt.
'Green Pearl' groeit zeer traag en bereikt na vele jaren ongeveer 50 cm in hoogte en breedte. De uiteindelijke maat hangt mee af van bodem, vochtvoorziening en standplaats. Door de compacte groei blijft deze cultivar aanzienlijk kleiner dan de gewone Cryptomeria japonica. Hij past daardoor in een kleine border of rotstuin zonder snel andere planten te overgroeien. Houd bij het planten toch voldoende ruimte vrij, zodat de natuurlijke, afgeronde vorm zich gelijkmatig kan ontwikkelen.
Ja, de beperkte groei maakt 'Green Pearl' geschikt voor een ruime pot met goede afwatering. Gebruik een luchtig substraat en zorg dat overtollig water gemakkelijk wegloopt. De kluit mag niet langdurig uitdrogen, vooral niet tijdens warme of winderige perioden. Een pot vraagt daarom vaker controle dan een plant in volle grond. Bescherm de wortelkluit bij strenge vorst, omdat wortels in een pot sterker afkoelen. Verpot wanneer de kluit de beschikbare ruimte volledig heeft ingenomen.
Een bronzen wintertint is bij deze cultivar een normale reactie op lage temperaturen en hoeft niet op een gebrek of ziekte te wijzen. In het voorjaar wordt het loof opnieuw groener en verschijnen lichtgroene jonge scheuten. Een gelijkmatige winterverkleuring verschilt van plaatselijke bruine, verdroogde twijgen. Zulke schade kan ontstaan door een uitgedroogde kluit, stilstaand water of koude, droge wind. Controleer in dat geval eerst de bodemvochtigheid en de beschutting van de standplaats.
Een zonnige tot halfschaduwrijke plaats met beschutting tegen koude, uitdrogende wind is geschikt. De bodem moet goed doorlatend blijven, maar tijdens het groeiseizoen voldoende vocht vasthouden. Zeer droge zandgrond vraagt verbetering met organisch materiaal en extra water tijdens langere droogte. Ook zware grond waarin winterwater blijft staan is ongeschikt. In een warme, volledig verharde omgeving kan de kluit te snel uitdrogen; een standplaats met een gelijkmatiger bodemvocht verdient daar de voorkeur.
Regelmatige snoei is niet nodig. De cultivar vormt van nature een compacte, afgeronde plant en groeit slechts langzaam. Verwijder alleen dode of beschadigde twijgen, bij voorkeur zonder diep in het oude hout te knippen. Sterke vormsnoei kan de gelijkmatige habitus verstoren en hergroei uit kaal hout is niet vanzelfsprekend. Wordt de plant breder dan gewenst, dan is het beter uitsluitend jonge uiteinden voorzichtig terug te nemen. Kies vooraf voldoende ruimte om de natuurlijke vorm te behouden.