- Tous les produits
- Sierplanten
- Klimplanten
- CLEMATIS VITALBA
- Klimplanten
Bosrank (Clematis vitalba) is een krachtige, bladverliezende klimplant die zich met windende bladstelen aan takken, draden en andere steunen vasthecht. De lange ranken kunnen ruim tien meter worden en brede oppervlakken begroeien. Daardoor past deze inheemse soort vooral op plaatsen waar hij voldoende ruimte krijgt.
In juli en augustus verschijnen talrijke kleine, roomwitte bloemen. Ze geuren licht en worden bezocht door verschillende insecten. Na de bloei ontstaan zilverachtige, veervormige zaadpluizen die tot in het najaar en soms aan het begin van de winter aan de plant blijven.
Plant de bosrank in de zon of halfschaduw, bij voorkeur in een humusrijke, vochthoudende maar goed doorlatende bodem. Een neutrale tot kalkhoudende grond wordt goed verdragen. Vermijd langdurig natte grond rond de wortels.
Door zijn sterke groei is Clematis vitalba minder geschikt voor een kleine pergola of een plaats waar regelmatig strak begrensd moet worden. Gebruik een stevige ondersteuning en controleer of de ranken geen jonge of kwetsbare planten overgroeien. Snoei is niet noodzakelijk voor de bloei, maar kan in het vroege voorjaar worden toegepast om de plant binnen de beschikbare ruimte te houden.
| Emplacement | Soleil, Mi-ombre |
| Période de floraison | Mai, Juin |
| Couleur des fleurs | Blanc |
| Caractéristique | Plante mellifère |
Clematis vitalba vraagt aanzienlijk meer ruimte dan veel grootbloemige clematissen. De ranken kunnen ruim tien meter lang worden en zich breed door een stevige constructie, volwassen haag of boomkroon verspreiden. Voor een kleine pergola of smalle schutting is deze soort daarom vaak te krachtig. Kies een plaats waar regelmatig terugsnoeien mogelijk is en waar de ranken geen dakgoten, jonge bomen of kwetsbare struiken kunnen overgroeien.
Ja. Bosrank hecht zich vast met windende bladstelen, maar vormt geen hechtwortels zoals klimop. De plant heeft daarom takken, gaas, spandraden of een andere voldoende fijne ondersteuning nodig. Een volledig gladde muur kan hij niet zelfstandig beklimmen. Omdat oudere planten een groot gewicht ontwikkelen, moet de constructie stevig verankerd zijn. Leid jonge ranken aanvankelijk naar de steun; daarna vinden ze doorgaans zelf voldoende houvast.
Snoei de bosrank bij voorkeur aan het einde van de winter of in het vroege voorjaar, voordat de sterke nieuwe groei begint. Snoeien is vooral bedoeld om de omvang te beperken; zonder snoei kan de plant zich ver uitbreiden. Een te groot exemplaar verdraagt een stevige terugsnoei en vormt vervolgens nieuwe scheuten waarop later in het seizoen bloemen kunnen verschijnen. Verwijder tegelijk zwakke, dode en ongewenst groeiende ranken.
Een volwassen, stevige boom kan als natuurlijke ondersteuning dienen, maar houd de ontwikkeling van de bosrank onder controle. De krachtige ranken vormen na verloop van tijd een dicht en zwaar pakket dat jonge bomen of zwakke takken kan belasten en veel licht kan onderscheppen. Gebruik deze toepassing daarom alleen bij voldoende robuuste begroeiing. Snoei ranken weg wanneer ze de kroon volledig dreigen te bedekken.
Te diepe schaduw kan de bloei beperken, hoewel bosrank halfschaduw verdraagt. Ook een zeer voedselrijke bodem kan veel blad en lange ranken opleveren ten koste van de bloemen. Zorg voor voldoende licht en vermijd een overmatige stikstofbemesting. Na een late, ingrijpende snoei kan de bloei tijdelijk later of minder rijk zijn. Geef jonge planten eerst de tijd om een goed wortelgestel en voldoende bloeibare scheuten te vormen.