- Tous les produits
- Sierplanten
- Klimplanten
- CLEMATIS TIBETANA TANGUTICA
- Klimplanten
Gouden bosrank (Clematis tibetana subsp. tangutica) is een krachtige, bladverliezende klimplant die doorgaans 3 tot 5 meter hoog wordt. De hangende, lantaarnvormige bloemen zijn citroengeel en ongeveer 4 tot 5 cm groot. Ze verschijnen van juni tot september, soms met enkele latere bloemen bij zacht najaarsweer.
Na de bloei ontwikkelen zich grote, zilverachtige zaadpluizen die nog geruime tijd zichtbaar blijven. De plant klimt met windende bladstelen en heeft daarom een trellis, draadwerk of voldoende fijn vertakte struik nodig. Zonder steun kunnen de lange scheuten over een talud of tussen lage beplanting groeien.
Plant deze bosrank in de zon of halfschaduw, bij voorkeur met de wortelzone beschaduwd. De bodem mag normaal tot vochthoudend zijn, maar moet overtollig water goed afvoeren. Vooral natte wintergrond wordt slecht verdragen. Jonge planten vragen tijdens droge perioden regelmatig water; eenmaal goed ingeworteld verdraagt de plant tijdelijke droogte beter.
De bloemen ontstaan op scheuten van hetzelfde jaar. Snoei de plant daarom aan het einde van de winter of in het vroege voorjaar terug tot ongeveer 50 cm, net boven gezonde knoppen. Deze jaarlijkse snoei houdt de groei beheersbaar en stimuleert de vorming van nieuwe bloeiende scheuten.
| Emplacement | Soleil, Mi-ombre |
| Période de floraison | Juillet, Août, Septembre |
| Couleur des fleurs | Jaune |
Ja. Deze bosrank klimt met windende bladstelen die zich rond dunne steunpunten vastzetten. Gebruik daarom draadwerk, een trellis of een fijn vertakte struik. Tegen een vlakke muur kan de plant zich niet zonder hulp vasthechten. Plaats het klimrek enkele centimeters van de muur, zodat de bladstelen er gemakkelijk omheen kunnen grijpen. Houd ook rekening met de groeikracht: een volwassen plant kan meerdere meters lange scheuten vormen en vraagt een voldoende stevige ondersteuning.
Snoei de plant aan het einde van de winter of in het vroege voorjaar terug tot ongeveer 50 cm boven de grond. Knip telkens net boven een paar goed ontwikkelde knoppen. Clematis tibetana subsp. tangutica bloeit op scheuten die in hetzelfde jaar worden gevormd, zodat deze sterke snoei de zomerbloei niet wegneemt. Zonder jaarlijkse snoei kan de plant bovenaan steeds dichter worden, terwijl het onderste gedeelte kaal blijft en de lange scheuten moeilijker beheersbaar worden.
Een goed ingewortelde plant verdraagt tijdelijke droogte redelijk, maar jonge exemplaren mogen tijdens de eerste groeijaren niet uitdrogen. Geef bij langdurig droog zomerweer voldoende water, vooral op lichte zandgrond of bij teelt in pot. Een mulchlaag helpt om het bodemvocht gelijkmatiger te houden, maar leg het materiaal niet rechtstreeks tegen de stengelvoet. Een doorlatende bodem is belangrijker dan voortdurend vochtige grond, want stilstaand winterwater kan wortelproblemen veroorzaken.
Na de gele bloemen ontstaan pluizige, zilverachtige zaadhoofden die tijdens de nazomer en herfst een duidelijk sierkenmerk vormen. Hoe lang ze behouden blijven, hangt af van wind en neerslag. Op een beschutte plaats blijven ze doorgaans langer intact dan op een open, winderige standplaats. Uitgebloeide bloemen hoeven niet onmiddellijk verwijderd te worden wanneer de zaadpluizen gewenst zijn. De volledige plant kan aan het einde van de winter worden teruggesnoeid.
Dat kan, maar kies een ruime, diepe pot met open afvoergaten en voorzie een stevig klimrek. Potgrond droogt sneller uit dan tuingrond, waardoor tijdens warme perioden regelmatige watergift nodig blijft. Laat de wortelkluit evenmin langdurig nat staan. Beschaduw bij voorkeur de pot en wortelzone, terwijl de bovengrondse groei voldoende licht krijgt. Door de krachtige groei en jaarlijkse sterke snoei vraagt een exemplaar in pot meer opvolging dan dezelfde plant in de volle grond.