Morgensterzegge (Carex grayi) vormt stevige pollen met frisgroen, smal blad. Het opvallendste kenmerk zijn de bolronde vruchtaren met lange, stervormig afstaande punten. Ze zijn aanvankelijk groen en verkleuren bij het rijpen naar bruin.
De plant bereikt doorgaans een hoogte van ongeveer 50 tot 60 cm. De vruchtaren verschijnen tijdens de zomer en blijven ook na de bloei herkenbaar. Ze geven de plant een uitgesproken structuur tussen vaste planten en andere siergrassen.
Carex grayi groeit het best in de zon of halfschaduw, op een voedselrijke bodem die voldoende vocht vasthoudt. Een plaats aan een vochtige vijverrand of in een laaggelegen border is geschikt, zolang de wortels niet langdurig diep onder water staan. Droge grond wordt minder goed verdragen.
De polvormende groei maakt deze zegge bruikbaar als afzonderlijke structuurplant en in kleine groepen. Verwijder beschadigd of afgestorven blad aan het einde van de winter, voordat de nieuwe groei begint.
De vruchtaren zijn bolrond en bestaan uit lang gepunte delen die in verschillende richtingen uitsteken. Daardoor lijken ze op kleine morgensterren. Ze zijn eerst groen en verkleuren tijdens het rijpen naar bruin. Deze vruchtstructuren zijn veel opvallender dan de eigenlijke bloei en vormen het belangrijkste verschil met veel andere zeggesoorten.
Ja, een vochtige vijverrand is geschikt wanneer de bodem voedselrijk blijft en niet voortdurend diep onder water staat. Morgensterzegge past vooral op de overgang tussen een gewone border en de natte oeverzone. Op een droge, snel uitdrogende vijverrand groeit de plant minder goed en is tijdens warme periodes extra water nodig.
Niet zonder bodemverbetering en regelmatige watervoorziening. Deze zegge verlangt een bodem die tijdens het groeiseizoen voldoende vocht vasthoudt. Op droge zandgrond kan veel compost of ander organisch materiaal het vochtvasthoudend vermogen verbeteren, maar tijdens langdurige droogte blijft water geven noodzakelijk. Een van nature vochtige standplaats is betrouwbaarder.
Carex grayi groeit polvormend en vormt geen snel uitbreidend tapijt. De pollen worden geleidelijk breder, waardoor de plant overzichtelijk blijft in een gemengde border. Oudere, omvangrijke pollen kunnen in het voorjaar of de herfst worden gedeeld. Dat levert nieuwe planten op en maakt het mogelijk om een te breed geworden pol opnieuw compacter te planten.
Verwijder beschadigd en afgestorven blad bij voorkeur aan het einde van de winter, voordat de nieuwe groei duidelijk op gang komt. Knip niet onnodig diep in het hart van de pol. In zachte winters kan een deel van het blad lang groen blijven; gezond blad hoeft dan niet volledig te worden weggeknipt.