- Tous les produits
- Sierplanten
- Klimplanten
- CAMPSIS RADICANS 'FLAVA'
- Klimplanten
Gele trompetklimmer (Campsis radicans 'Flava') onderscheidt zich door zijn grote, gele trompetbloemen. De bloei valt hoofdzakelijk in augustus en september. Een warme plaats in de volle zon bevordert de vorming van bloemknoppen; in halfschaduw groeit de plant eveneens, maar kan de bloei beperkter blijven.
Deze bladverliezende klimplant groeit snel en kan onder gunstige omstandigheden ongeveer 6 tot 8 meter hoog worden. De scheuten hechten zich met luchtwortels aan een ruwe ondergrond. Jonge takken moeten aanvankelijk worden aangebonden en een volwassen plant vraagt een stevige constructie die het gewicht kan dragen.
Plant 'Flava' in een vruchtbare, goed doorlatende bodem die niet langdurig nat blijft. Een beschutte muur op het zuiden of westen biedt in België de gunstigste omstandigheden. Jonge planten zijn gevoeliger voor strenge vorst; ook volwassen scheuten kunnen tijdens koude winters gedeeltelijk invriezen, waarna de plant doorgaans opnieuw uitloopt.
De bloemen verschijnen op jonge scheuten. Snoei daarom bij voorkeur in maart, vóór de nieuwe groei begint. Kort de zijscheuten langs de belangrijkste gesteltakken terug tot enkele knoppen. Zo blijft de sterke groei beheersbaar zonder de volledige basis voor de zomerbloei weg te nemen.
De plant kan in halfschaduw groeien, maar bloeit daar doorgaans minder rijk dan in de volle zon. Voor een goede bloei is een warme, beschutte plaats belangrijk, bij voorkeur tegen een muur op het zuiden of westen. Op een koele of donkere standplaats kan de plant veel lange scheuten vormen zonder evenveel bloemen te produceren. Een te natte bodem of sterke, late snoei kan de bloei eveneens beperken.
Jonge scheuten moeten aanvankelijk langs een klimrek, draadconstructie of pergola worden geleid. Oudere takken vormen luchtwortels waarmee ze zich aan ruwe oppervlakken kunnen vasthechten. Omdat een volwassen trompetklimmer zwaar wordt en krachtige scheuten maakt, moet de ondersteuning stevig en duurzaam zijn. Bij kwetsbaar pleisterwerk of beschadigd metselwerk is een vrijstaande draadconstructie veiliger dan rechtstreekse hechting aan de gevel.
Snoei in maart, vóór de nieuwe groei op gang komt. Behoud enkele sterke hoofdtakken als gestel en kort de zijscheuten terug tot ongeveer drie of vier knoppen. Uit deze knoppen ontstaan nieuwe scheuten waarop later in de zomer de bloemen verschijnen. Verwijder daarnaast zwakke, beschadigde of verkeerd groeiende takken. Zware snoei tijdens de zomer kan de bloei verminderen wanneer daarbij jonge bloeiende scheuten worden weggenomen.
Op een warme, beschutte standplaats is 'Flava' doorgaans voldoende winterhard voor de meeste Belgische tuinen. Jonge planten zijn gevoeliger voor strenge vorst en kunnen de eerste winters aan de voet beschermd worden met een mulchlaag. Tijdens koude winters kunnen jonge scheuten gedeeltelijk invriezen. Beschadigde delen worden in het voorjaar weggesnoeid; een goed ingewortelde plant loopt meestal opnieuw uit.
Onder gunstige omstandigheden kan deze krachtige klimplant ongeveer 6 tot 8 meter hoog worden. De uiteindelijke omvang hangt sterk af van de beschikbare steun, de standplaats en de snoei. Jaarlijks terugsnoeien houdt de plant compacter, maar 'Flava' blijft vooral geschikt voor een hoge muur, stevige pergola of ruime klimconstructie. Voor een kleine ondersteuning is de groeikracht doorgaans te groot.