- Tous les produits
- Sierplanten
- Sierstruiken
- Bladverliezend
- CALLICARPA BODINIERI 'PROFUSION'
- Bladverliezend
Schoonvrucht (Callicarpa bodinieri 'Profusion') wordt vooral aangeplant voor zijn opvallende violetpaarse vruchten. Ze staan vanaf het najaar in compacte trosjes rond de takken. Na de bladval komen ze nog duidelijker tot hun recht en kunnen ze tot in de winter aan de struik blijven.
Deze bladverliezende cultivar groeit opgaand en ontwikkelt zich tot een middelgrote, los vertakte struik. Het groene blad krijgt in de herfst doorgaans gele tot goudgele tinten. De kleine lila tot paarsroze bloemen verschijnen in de zomer en vallen veel minder op dan de vruchten die erop volgen.
'Profusion' groeit het best in de zon tot halfschaduw. Een zonnige, enigszins beschutte plaats bevordert doorgaans de vruchtzetting en de afrijping van het hout. De bodem mag humusrijk en vochthoudend zijn, maar moet overtollig water voldoende afvoeren. Langdurig natte grond is ongeschikt.
Snoei is niet jaarlijks noodzakelijk. Verwijder in het voorjaar beschadigde takken en dun oudere struiken geleidelijk uit door enkele oude takken dicht bij de basis weg te nemen. Zo blijft de struik jong en voldoende luchtig zonder de natuurlijke groeiwijze te verliezen.
Een alleenstaande 'Profusion' kan vruchten vormen, maar de vruchtzetting is doorgaans rijker wanneer meerdere schoonvruchten in elkaars omgeving staan. Kruisbestuiving tussen afzonderlijke planten kan het aantal vruchtjes verhogen. Wie vooral voor de paarse najaarstooi plant en voldoende ruimte heeft, zet daarom bij voorkeur enkele exemplaren bij elkaar. Een zonnige standplaats en een gelijkmatig vochtige, goed doorlatende bodem ondersteunen eveneens de bloei en vruchtzetting.
'Profusion' groeit uit tot een middelgrote sierstruik van ongeveer 1,5 tot 3 meter hoog. De uiteindelijke omvang hangt af van bodem, standplaats en snoei. De groei is aanvankelijk vrij opgaand en wordt met de jaren losser en breder. Voorzie daarom voldoende ruimte en plant hem niet vlak tegen een pad of kleinere buurplant. Door oudere takken geleidelijk aan de basis weg te nemen, blijft de struik compacter zonder dat een sterke jaarlijkse snoei nodig is.
De vruchten kleuren doorgaans vanaf het begin van de herfst violetpaars. Ze staan in dichte trosjes rond de takken en worden het opvallendst zodra het blad verkleurt en afvalt. Bij gunstige omstandigheden blijven ze nog een deel van de winter zichtbaar. De precieze duur varieert met het weer en de plaatselijke omstandigheden. De vruchten worden als sierwaarde geteeld en zijn niet bedoeld als consumptiefruit.
Nee. Jaarlijks sterk terugsnoeien is niet nodig en kan de natuurlijke vorm verstoren. Controleer de struik in het voorjaar en verwijder dood of door vorst beschadigd hout. Een ouder exemplaar kan worden verjongd door jaarlijks enkele van de oudste takken dicht bij de grond weg te nemen. Spreid deze verjonging over meerdere jaren, zodat voldoende jonge en bloeiende takken behouden blijven. Snoei bij voorkeur nadat het risico op strenge vorst grotendeels voorbij is.
Een beperkte vruchtzetting kan samenhangen met te veel schaduw, een ongunstige bloeiperiode of het ontbreken van andere schoonvruchten in de omgeving. Ook sterk snoeien kan het aantal bloeiende takken verminderen. Geef de struik bij voorkeur een zonnige tot halfschaduwrijke, beschutte plaats en vermijd zowel uitdroging als langdurig natte grond. Meerdere exemplaren bij elkaar planten kan de bestuiving en daarmee de vruchtzetting verbeteren.