- Tous les produits
- Sierplanten
- Bodembedekkers
- BRUNNERA MACROPHYLLA 'VARIEGATA'
- Bodembedekkers
Kaukasisch vergeet-mij-nietje (Brunnera macrophylla 'Variegata') onderscheidt zich door zijn grote, ruw aanvoelende bladeren met een groen hart en een brede roomwitte rand. Het bonte blad verheldert beschaduwde borders en blijft na de voorjaarsbloei de voornaamste sierwaarde.
In april en mei verschijnen losse stengels met kleine, helderblauwe bloemen boven het blad. De plant vormt geleidelijk compacte pollen van ongeveer 40 cm hoog. Hij kan als rustige bodembedekker worden gebruikt, maar breidt zich niet bijzonder snel uit.
Een standplaats in halfschaduw tot schaduw geeft doorgaans het beste resultaat. Vermijd vooral felle middagzon, omdat de witte bladranden dan kunnen verbranden. De bodem is bij voorkeur humusrijk, vochthoudend en goed doorlatend. Langdurig droge grond remt de groei en kan tot beschadigd blad leiden.
'Variegata' is geschikt voor de voorrand van een schaduwborder en als onderbeplanting van bladverliezende heesters of bomen. De plant is bladverliezend en loopt in het voorjaar opnieuw uit. Beschadigd en afgestorven blad kan voor de nieuwe groei worden verwijderd.
'Variegata' heeft een brede roomwitte bladrand die duidelijk afsteekt tegen het groene centrum. Daardoor blijft het blad ook na de bloei opvallend. De gewone soort heeft volledig groene bladeren. Het lagere gehalte aan bladgroen in de witte delen maakt 'Variegata' gevoeliger voor felle zon. Een beschaduwde, niet te droge standplaats is daarom belangrijker dan bij een groenbladige Brunnera. De cultivar wordt ook onder de naam 'Dawson's White' aangeboden.
Volle middagzon is niet aangewezen. Vooral de roomwitte bladranden kunnen bij fel zonlicht verbranden, zeker wanneer de bodem tijdelijk uitdroogt. Ochtendzon of zacht gefilterd licht wordt doorgaans wel verdragen als de grond gelijkmatig vochtig blijft. In Belgische tuinen geeft een plaats in halfschaduw meestal het beste evenwicht tussen bladtekening, bloei en gezonde groei. Ook schaduw is mogelijk, al kan de bloei daar minder rijk zijn.
Nee. Deze cultivar vormt geleidelijk bredere pollen, maar sluit de bodem trager dan sterk uitlopende bodembedekkers. Reken daarom niet op een snelle bedekking van grote oppervlakken. In kleine groepen ontstaat na verloop van tijd wel een samenhangend bladerdek dat geschikt is voor de voorrand van een schaduwborder of onder bladverliezende heesters. Voor een sneller gesloten resultaat kunnen ongeveer vijf tot zeven planten per vierkante meter worden aangeplant.
Bruine bladranden ontstaan meestal door felle zon, droge grond of een combinatie van beide. De witte delen bevatten weinig bladgroen en zijn daardoor gevoeliger voor bladverbranding. Geef de plant een plaats uit de hete middagzon en voorkom dat de bodem langdurig uitdroogt. Een humusrijke bodem helpt om vocht gelijkmatiger vast te houden. Beschadigd blad herstelt niet meer, maar mag worden weggeknipt wanneer dit het uitzicht verstoort.
Een echte snoei is niet nodig. Verwijder aan het einde van de winter het afgestorven blad voordat de nieuwe scheuten verschijnen. Na de bloei kunnen uitgebloeide bloemstengels worden weggeknipt als een rustiger bladbeeld gewenst is. Bladeren die door droogte, slakkenvraat of felle zon beschadigd zijn, mogen eveneens afzonderlijk worden verwijderd. Laat gezond blad staan, omdat dit de plant helpt reserves op te bouwen voor het volgende groeiseizoen.