- Tous les produits
- Sierplanten
- Meerjarige vaste planten
- Vaste planten
- ASTER NOVAE-ANGLIAE 'GUIDO EN GEZELLE'
- Vaste planten
Herfstaster Symphyotrichum novae-angliae 'Guido en Gezelle', vaak nog aangeboden als Aster novae-angliae 'Guido en Gezelle', vormt een stevige pol met rechtopstaande stengels. De plant wordt doorgaans ongeveer 1,1 m hoog. Het smalle, lancetvormige blad voelt enigszins ruw aan.
In de vroege herfst verschijnen groepen lavendelblauwe bloemhoofdjes met fijne lintbloemen en een geelbruin hart. De bloemen leveren laat in het seizoen nectar voor bijen en andere bestuivende insecten. De stengels zijn ook geschikt als snijbloem.
Standplaats en verzorging
'Guido en Gezelle' groeit het best in de zon of halfschaduw, op een vruchtbare bodem die voldoende vocht vasthoudt maar goed afwatert. Vooral stilstaand water in de winter wordt slecht verdragen. Een neutrale tot kalkhoudende grond is geschikt.
Op een open standplaats kunnen de hoge bloemstengels ondersteuning nodig hebben. Knip de afgestorven stengels in de late herfst tot bij de grond af. Door de pol ongeveer om de drie jaar in het voorjaar te delen en de krachtige jonge delen opnieuw te planten, blijft de groei vitaal. Deze cultivar is goed winterhard in België en heeft enige weerstand tegen echte meeldauw.
'Guido en Gezelle' wordt doorgaans ongeveer 1,1 m hoog en behoort daarmee tot de hogere herfstasters. De uiteindelijke hoogte hangt mee af van bodem, vochtvoorziening en standplaats. Op een voedselrijke, voldoende vochtige bodem kunnen de stengels krachtiger uitgroeien. Op een open of winderige plek kan ondersteuning nodig zijn om omvallen tijdens de bloei te voorkomen. Wie een lagere, sterker vertakte plant wenst, kan de stengels in het late voorjaar toppen. Daardoor blijft de plant compacter, maar begint de bloei doorgaans iets later.
Deze cultivar heeft enige weerstand tegen echte meeldauw, maar is niet volledig ongevoelig. De kans op aantasting neemt toe wanneer de plant langdurig droog staat of wanneer de luchtcirculatie tussen de stengels beperkt is. Plant hem daarom niet te dicht en voorkom dat de bodem in de zomer volledig uitdroogt. Geef bij droogte water aan de voet van de plant, bij voorkeur zonder het blad voortdurend nat te maken. Een luchtige standplaats en een gelijkmatige vochtvoorziening helpen het blad langer gezond te houden.
Na enkele jaren kan het hart van de pol minder groeikrachtig worden, terwijl de jonge scheuten vooral aan de buitenzijde verschijnen. Door de plant ongeveer om de drie jaar in het voorjaar op te nemen en te delen, blijft hij vitaal en bloeirijk. Herplant alleen stevige, jonge delen en verwijder oudere of zwakke stukken uit het centrum. Zet de gedeelde planten opnieuw in vruchtbare, goed doorlatende grond en geef voldoende water tijdens het inwortelen. Delen levert bovendien meerdere planten op zonder dat de eigenschappen van de cultivar verloren gaan.
De plant houdt van een bodem die tijdens het groeiseizoen voldoende vochtig blijft, maar verdraagt geen langdurig stilstaand water. Vooral natte wintergrond kan wortelproblemen en uitval veroorzaken. Op zware kleigrond is een goede bodemstructuur daarom belangrijk. Werk organisch materiaal door de grond zonder een slecht drainerende plantput te creëren en vermijd lage plekken waar regenwater blijft staan. Een vochthoudende maar luchtige bodem geeft de beste combinatie van krachtige groei en betrouwbare overwintering.
Knip de afgestorven stengels in de late herfst tot dicht bij de grond af. Wie de droge stengels tijdelijk laat staan voor het winterbeeld, kan dit werk ook vóór de nieuwe voorjaarsgroei uitvoeren. Om de plant lager en sterker vertakt te houden, kunnen de jonge stengels in het late voorjaar worden getopt. De bloei volgt dan meestal iets later. Deze extra ingreep is niet noodzakelijk, maar kan nuttig zijn op plaatsen waar hoge stengels gemakkelijk openvallen of waar een compactere plant gewenst is.